Blog: No guts, no glory

ADG Congres 2019, ’t Spant te Bussum, 19 3 2019

Een staredown – elkaar aan blijven kijken zonder met je ogen te knipperen – is een uitdaging. Ik durfde én ging ‘m aan tijdens ons 10e ADG-congres No guts, no glory op 19 maart. Met de King of Kickboxing, Rico Verhoeven. Een staredown laat zien dat vechten en winnen niet alleen een kwestie is van een heel sterk lijf, maar zeker ook van een sterke geest. Een geest die zo sterk is om je fortuin, je fortuna, tijdens de wedstrijd te keren. Want winnen begint met willen. De wil om toch maar die kleedkamer uit te komen, om die ring in te gaan, om dat gevecht aan te gaan in de wetenschap dat je klappen krijgt. En dan toch wil, de lef, de uitdaging om dat gevecht aan te gaan. Winnen is willen. Dat was de naam van dit ADG-jubileumcongres op 19 maart: No guts no glory.

Wat is dan de glory die we uiteindelijk willen winnen? Wat is het doel? Wat is de prijs? Gaat het om die ‘champion belt’? De overwinning op je upper guts? Op jezelf? Volgens mij is winnen niet het doel op zich. Het gaat erom wat je wint. Van wie je wint. En misschien nog wel meer om wat je wilt winnen, wat je wilt doen, wat je wilt bereiken. Voor welke glory wil jij je guts inzetten?

Afgelopen weken zaten weer vol met upper guts en low kicks, maar ging het niet om deze boxring maar om de politieke arena? Politici gingen met elkaar op tv, op de radio, in zaaltjes, op het marktplein dat gevecht aan. Een strijd vol guts. Maar voor welke glory? Ging het om duidelijkheid te krijgen over het klimaat, de energietransitie, de armoede, woningmarkt, het welzijn, onze welvaart? Of ging het om duidelijkheid te krijgen in de keuzes waarvoor onze volksvertegenwoordigers, onze politieke leiders de komende tijd staan? Of wordt het morgen een strijd die winnaars zonder wil oplevert? Leiders zonder leiderschap.

Filosofen stellen weleens de vraag: “Als er nou een boom in het bos wordt omvalt en er is helemaal niemand in de buurt om dat te horen, wordt het dan gehoord?” De vraag die mij de afgelopen week op kwam, is minder filosofisch van aard: is er een democratie als de meeste mensen met hun rug naar het volk toestaan? Is er democratie zonder het oog, zonder de stem en aandacht voor het volk? Is er democratie zonder draagvlak? Of wat korter door de bocht: is politiek leiderschap, onze representatieve democratie het antwoord op de uitdaging van deze tijd?

Volgens mij is het antwoord: “nee. Niet alleen, niet op zichzelf”. Want naast politiek leiderschap is het ook belangrijk dat er sprake is van maatschappelijk leiderschap. Leiders die de verantwoordelijkheid durven te nemen om verder te kijken dan hun eigen belang, hun eigen winst, hun eigen glory. Zoals Feike Sijbesma (CEO van DSM, red.) recent in Buitenhof zei: “Geld verdienen alleen, dan kan niet het doel zijn. Hij was ook diegene die in Davos een nieuwe definitie voor elite bedacht: “Those who care”.

Dat kun je dan wel zeggen, maar er zijn heel veel mensen die daar op een heel andere manier naar kijken. Het is voor heel veel mensen een nieuw soort perspectief. Te vaak, te veel zijn de mensen waar Sijbesma het over heeft juist de managers en bestuurders waar boze burgers zich op links en rechts van het politieke centrum juist tegen afzetten. De grote elite zien ze juist als de mensen die niks willen doen, en die eigenlijk niks willen weten van de boze minderheid. De minderheid die we kunnen zien als de blokkeer-Friezen, de gele hesjes, de klimaatspijbelaars die feitelijk hun problemen, hun zorgen, hun persoonlijke situatie onvoldoende terugzien in het politieke debat. Al die mensen die zich afvragen: “Is dit kabinet wel mijn kabinet? Is deze rechtstaat wel mijn rechtstaat? Is dit land nog wel mijn land?”

Waarom? Omdat steeds meer, steeds vaker politici niet verder willen of kunnen denken dan de volgende verkiezingen, het volgende debat, de volgende Jinek, uit angst voor de kiezers, voor de peilingen, misschien wel uit angst voor een vieze en echt leiderschap. Daardoor ontstaat er een vacuüm. Een ruimte zonder materie, zonder druk, zonder wil. Daar moeten we wel wat met z’n allen aan doen. Want laten we wel wezen, uiteindelijk gaat het erom dat those who care willen en ervoor kunnen zorgen dat we dit vacuüm opvullen. Those who care zijn de mensen die niet bang zijn om uiteindelijk zonder dat het hun aangaat, zonder de brain van maatschappelijk perspectief niet bang zijn om dat gevecht aan te gaan en dat vacuüm te vullen. Zoals in elk gevecht gaan we het uiteindelijk doen en laten. Zelf doen of overlaten. Gaat het over ik en wij. Want laten we wel wezen die nieuwe maatschappelijke leiders, die kunnen het natuurlijk ook niet helemaal alleen. Zij, wij, u, ik. Wij zijn hoogstens de vooruitgeschoven posten. Mensen die het lef, de guts moeten hebben om de uitdaging aan te gaan om iedereen weer mee te laten praten, zodat we niet met onze rug naar de samenleving staan. En dat kan.

Om het goede voorbeeld te geven: de door ons zeer gewaardeerde publieke denker Steven de Waal die noemt dat de digital symbol revolution. Een revolutie die deze keer nou eens niet gaat over de technologische disruptie, maar over de disruptie van leiderschap en democratie. De verschuiving van de macht tussen markt, staat en burger, die ruimte geeft aan de steeds mondiger wordende burger. Die burger die ook wil vechten voor zijn gelijk. Om zijn uitdagingen opgelost te zien in deze tijd. Niet alleen lokaal, ook nationaal, binnen de eigen voortuin, de eigen achtertuin, in het groot en in het klein. Dus niet alleen maar willen beslissen over de kinderspeeltuin, de vuilniscontainer waar die komt te staan in de straat, maar juist ook over duurzame energie, de gezondheidszorg en de veiligheid in dit land. En daar hebben we wel een uitdaging te pakken.

Hoe bereiken we nu die mensen? Hoe krijgen we weer verbinding met deze doelgroep? Hoe zorgen we dat we hun kansen, hun fortuin, hun fortuna weten te keren? Hoe zorgen we ervoor dat we er samen weer willen winnen? Ik zei het al: “winnen begint met willen”. De wil om niet achter de voordeur te blijven zitten, maar om naar voren te stappen, mee te denken, mee te praten, je nek uit te steken, het anders te doen, uit je eigen comfortzone te komen. De wil om te vechten en te winnen, maar dan wel samen.

Dan is de cirkel weer rond. Daar gaat het om. No guts, no glory. En misschien hoe we maatschappelijk leiderschap voor elkaar krijgen. Broederschap in de boardroom, zoals Steven de Waal dat noemt. Burgers, bedrijven, mensen die het lef hebben om samen partnerships af te sluiten en verantwoordelijkheid samen te nemen en te delen. Partnerships tussen bedrijven en burgers die met elkaar laten zien dat we met elkaar die uitdaging aan gaan om die medeverantwoordelijkheid te nemen. En nee, niet met een staredown. Dat is, denk ik, veel te eng. Maar gewoon door het goede voorbeeld te geven. Want dat is ook democratie. Misschien is dat wel juist democratie. Democratie met draagvlak. Democratie zonder de angst voor later.

Integendeel, een goede CEO, een goede boekhouder, een goede ondernemer denkt tegenwoordig niet in kwartalen, maar in situaties. En ja, dat staat ook op de website van ADG. Dat hoeven we niet van de daken te schreeuwen. Maar deze tiende editie van het congres mogen we het misschien wel eens een keer zeggen. ADG is een bedrijf van kennis. Wij vinden al jarenlang dat geld niet het enige doel mag en kan zijn. Daarom investeren wij ook in al bijna tien jaar in Integratiediners, waarmee we elk jaar tienduizenden mensen met elkaar met verschillende achtergronden bij elkaar brengen om te praten over de kracht van het verschil. Daarom investeren we in een programma als Fikks om duizenden mensen te helpen om uit de schulden te komen. Nederland schuldenvrij. Daarom investeren we, willens en wetens, in het aannemen van duizenden mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt. Daarom zitten we al jaren aan tafel van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag. Daarom nemen we al 67 jaar lang onze verantwoordelijkheid. En daarom willen we elke nieuwe uitdaging recht in de ogen aankijken. Zonder weg te kijken. Zonder te knipperen. Zonder terug te deizen. Omdat we willen vechten om te winnen. Maar dan wel samen. Want alleen dan doen we wat we moeten doen. Voor de mensen. Voor ons. Voor de maatschappij.

Ik daag u allemaal uit, voor zover het dat nog niet doet, om dat ook te doen. Laten we samen vechten voor of tegen armoede en uitsluiting, voor een veilige energietransitie en voor veiligheid in ons land, voor inclusiviteit en tolerantie. Laten we er samen voor gaan om het vacuüm, de weg tussen de leegte en de wil te vullen. Ik daag u uit: No guts, no glory.

Ron Steenkuijl,
directeur Corporate Affairs bij ADG dienstengroep

Wie toonden hun guts en en deelden hun glory tijdens het ADG Dienstengroep-jubileumcongres No guts, no glory op 19 maart. In amper 2 minuten een indrukwekkende en inspirerende wrapup.

 

 

 

 

 

 

 

 

×