Blog Paul Harleman (Harlecom): Kleurcodering in de schoonmaak, zin of onzin?
Rood voor wc’s, blauw voor bureaus, geel voor keukens. Het klinkt professioneel, georganiseerd en hygiënisch. Maar als we eerlijk zijn, kleurcodering in de schoonmaak is vooral een geruststellend toneelstuk. Het ziet er goed uit, maar garandeert helemaal niets.
Misschien wat provocerend, maar toch,…het komt steeds weer terug in mijn gedachten en ik moest er weer aan denken toen ik pas geleden een post op LinkedIn las, waarin kleurcodering als groot pluspunt naar voren geschoven werd.
De sector houdt hardnekkig vast aan het idee dat kleuren kruisbesmetting voorkomen. En toch is het een hardnekkige mythe. Kleur voorkomt dat niet, gedrag doet dat. Een rode doek blijft net zo besmet als een blauwe als je hem niet op tijd vervangt. Wie ooit een schoonmaakronde heeft geobserveerd, weet dat daar precies het probleem zit. Tijdsdruk, routine en gebrek aan toezicht zorgen ervoor dat protocollen niet altijd worden gevolgd. En dan maakt die kleur ineens helemaal niets meer uit.
Schijnzekerheid en comfortabele illusie
Toch blijven we erin geloven. Waarom? Omdat het er goed uitziet, omdat we het “altijd al zo gedaan hebben”. Voor opdrachtgevers en gebruikers is kleurcodering een zichtbaar “bewijs“ van “goede schoonmaak”. Het geeft een gevoel van controle. Je ziet verschillende doeken en denkt: dit zit goed. Maar dat is schijnzekerheid. Een comfortabele illusie die afleidt van waar het écht om draait: discipline, training en consequent handelen.
Het wordt nog vreemder bij wegwerpmaterialen. Disposable doeken en moppen zijn bedoeld voor eenmalig gebruik. Je gebruikt ze en gooit ze weg. Simpel. Maar zelfs hier houdt een land als de UK vast aan kleurcodering. Waarom? Niemand die daar voor mij een overtuigend antwoord op geeft. Het voegt niets toe, behalve extra kosten en complexiteit in logistiek, voorraadbeheer en vaktraining.
Ironische realiteit thuis
En dan de ironische realiteit: wat doen we thuis? Ik ken niemand die thuis een kast vol gekleurde doeken heeft liggen om daarmee kruisbesmetting te voorkomen. En toch gaat het daar meestal gewoon goed. Waarom? Omdat mensen logisch nadenken. Je gebruikt geen doek van het toilet op je aanrecht. Punt. Geen kleurcodering voor nodig.
Misschien is het tijd om de ongemakkelijke vraag te stellen: is kleurcodering een hygiënisch hulpmiddel, of een achterhaalde opvatting dat vooral vertrouwen moet uitstralen? Moeten we echt met zoveel verschillende kleuren werken of kunnen we het beperken tot situaties waar de risico’s echt groot zijn. Zoals bijvoorbeeld materialen die gebruikt worden op een OK, isolatiekamers of oncologie.
Durven we afscheid te nemen?
Durven we het aan om over te stappen op “one color cleaning”. Eén kleur doek of mop, gecombineerd met duidelijke protocollen en goede training en toezicht. Minder gedoe, minder fouten, minder kosten. En, als het goed wordt uitgevoerd, minstens zo hygiënisch, zo niet beter en bewuster.
Durven we afscheid te nemen van dit heilige, veelkleurige huisje en ons te focussen op eenvoud en doelmatigheid? Want uiteindelijk geldt: hygiëne zit niet in de kleur van een doek of mop, maar in het gedrag van de mens die hem gebruikt.
Paul Harleman
Harlecom
