Blog Anne-Marie van Eijden (UL-Team): “Heb jij al gehoord over de nieuwe manier van opleiden van meewerkend voorlieden?”
Er wordt opvallend weinig geschreven over de nieuwe opleiding die eraan komt binnen de schoonmaakbranche: Basisopleiding leidinggevenden (meewerkend voormand/-vrouw). Terwijl het om een opleiding voor een grote groep mensen in de schoonmaakbranche gaat.
Meewerkend voormannen, en -vrouwen zijn mensen met een belangrijke rol op de werkvloer. Zij gaan op een andere manier opgeleid worden. Dat heeft impact. Als UL-Team zijn wij hierbij betrokken. Ik vind het proces naar de nieuwe opleiding toe mega interessant. Waarom is gekozen voor deze werkwijze? En wat betekent dit straks voor de meewerkend voorwerker?
Hoe het proces loopt
Het traject komt vanuit de RAS. In overleg met de sector zijn nieuwe eindtermen vastgesteld. Dat was stap 1. Daarna zijn opleiders uitgenodigd om mee te praten over de invulling van de opleiding. Zo ook ik namens UL-Team. De vraag is: hoe zorgen we dat deelnemers daadwerkelijk het niveau behalen dat is vastgesteld? Wat is nodig om die nieuwe eindtermen in de praktijk te realiseren?
Wij zitten hierover met de RAS en opleiders om tafel. We bespreken wat belangrijk is bij het ontwikkelen van de opleiding. Wat knelpunten zijn en waar verduidelijking nodig is.
Wat mij positief verraste, is de openheid. Ik ben nog niet zo heel lang bij UL-Team betrokken en maak dit overleg voor het eerst mee.
Je zou concurrentie tussen de opleiders onderling kunnen verwachten, maar samen wordt er juist kritisch én constructief meegedacht. Fijn om mee te maken. Die sfeer en samenwerking maakt het mogelijk om echt de diepte in te gaan.
Zelf denk ik vooral vanuit de voorwerker. Wat betekent dit voor hem of haar? Hoe voelt het om deze opleiding te volgen? Wat vraagt dit in combinatie met het meewerkende karakter van de functie?
Realistisch kijken naar de rol
Deze opleiding vervangt meerdere bestaande onderdelen, waaronder de basisopleiding leidinggeven niveau 1 en losse workshops zoals gespreksvaardigheden. Het wordt straks meer één samenhangend geheel.
Belangrijk uitgangspunt is dat we het realistisch houden. De voorwerker is in de basis meewerkend. Het leidinggevende deel is belangrijk, daarmee kan iemand het verschil maken op de vloer. Tegelijkertijd is het maar een deel van de werkzaamheden. Dat moet je terugzien in de opleiding. Het hoeft geen hogere wiskunde te zijn. In de overleggen werd dat ook helder benoemd: houd het praktisch en simpel.
Geen klassiek examen, wel een portfolio
De grootste verandering zit in de manier van toetsen. Het klassieke examen verdwijnt. Er komt een portfolio.
De opleiding bestaat uit zes modules. Per module worden opdrachten uitgevoerd, in totaal twaalf. Denk aan het maken van een inwerkprogramma of het opnemen van een werkinstructie. Die opdrachten worden beoordeeld en opgenomen in het portfolio.
Als alle modules zijn afgerond, volgt een eindgesprek met de RAS. Dat gesprek is de afronding van de opleiding. Daarna ontvangt de deelnemer het diploma.
Ik vind dit een positieve ontwikkeling. De druk van en stress voor één examenmoment valt weg. De deelnemer is al tijdens de opleiding bezig met toepassen in de praktijk. Er wordt nog steeds getoetst, alleen anders en gespreid.
Wat dit vraagt van opleiders
Deze werkwijze verandert ook onze rol. Naast opleiden begeleiden en beoordelen we de opdrachten. De eerste controle ligt bij ons. Hiervoor hebben we duidelijke criteria nodig: wanneer is iets voldoende? Waar moet een opdracht concreet aan voldoen?
Daar zaten in het begin ook wel de zorgen bij de opleiders. Een portfolio betekent dat je geen vast eindmoment hebt, zoals bij een klassiek examen. Daarnaast wordt subsidie pas uitgekeerd wanneer het volledige portfolio is afgerond én het eindgesprek heeft plaatsgevonden. Dat maakt het proces intensiever.
Bovendien worden sommige opdrachten op de werkvloer uitgevoerd. Wij zijn daar niet altijd bij. Dat vraagt om goede afstemming met het schoonmaakbedrijf en duidelijke afspraken vooraf.
Wij zoeken onze eigen weg hierin. Hierin trekken we fijn samen op met onze zus binnen Kaleidon, SVS. De basis is voor iedereen gelijk. De manier waarop je de opleiding vormgeeft, is aan iedere opleider zelf.
Het is zo 1 september
De nieuwe opleiding start op 1 september. Dat lijkt nog ver weg maar is het eigenlijk zo. Er moet veel gebeuren: raamwerk vaststellen, lesmateriaal ontwikkelen, trainers instrueren en de branche informeren.
Ik vind het belangrijk dat de branche weet wat er speelt. Een aantal bedrijven is betrokken. Veel anderen nog niet. Als opleiders zijn wij nu bezig met de opleiding concreet te maken
Bijdragen aan meer eigenaarschap en trots
Persoonlijk hoop ik dat deze andere manier van opleiden, met een portfolio bijdraagt aan meer eigenaarschap en trots. Dat voorwerkers zien wat ze opbouwen. En dat het stimuleert om te blijven leren. Want leren is nodig. Voor de medewerker, voor het schoonmaakbedrijf en voor de branche als geheel.
