Blog Maurice Rutgrink: Verlies je ook je verantwoordelijkheid als je een opdracht verliest?
Je verliest een opdracht. Dat hoort bij ondernemen. Zeker in de schoonmaakbranche. Na een aanbesteding of contractwisseling neemt een ander schoonmaakbedrijf het object over. De medewerkers worden volgens de cao overgenomen en blijven op hun vertrouwde locatie werken. Precies zoals de cao dat beoogt: bescherming van werkgelegenheid en behoud van arbeidsvoorwaarden. Op papier is alles netjes geregeld. Maar wat als de werkelijkheid anders blijkt?
Stel: Een middelgroot schoonmaak- en glazenwassersbedrijf verliest een object dat het jarenlang heeft onderhouden. De medewerkers gaan volgens de regels over naar de nieuwe opdrachtnemer. Het oude bedrijf wenst iedereen succes en richt zich op nieuwe opdrachten.
Enkele maanden later komen de eerste signalen binnen. Niet via sociale media. Niet via roddels. Maar via medewerkers die jarenlang onderdeel waren van je organisatie. Die even langskomen op de koffie.
Ze vertellen dat materialen regelmatig ontbreken. Dat schoonmaakmiddelen van bedenkelijke kwaliteit worden gebruikt. Dat defecte machines niet worden vervangen. Dat lonen soms te laat worden uitbetaald of niet overeenkomen met het aantal gewerkte uren. Dat opleidingen worden uitgesteld. Dat glazenwassers risico’s nemen die voorheen simpelweg niet werden toegestaan.
Kortom: de prijs waarmee de opdracht werd gewonnen lijkt langzaam te worden terugverdiend op de werkvloer. De vraag is dan niet alleen wat er juridisch gebeurt.
De vraag is vooral: Moet je als voormalig opdrachtnemer iets doen?
De reflex van de branche
Veel ondernemers kennen het antwoord al. “Niet mee bemoeien.” “Je bent een slechte verliezer.” “De klant heeft gekozen.” “Laat het los.”
Dat klinkt professioneel. Maar is het dat ook? Want laten we eerlijk zijn.
Dezelfde branche die voortdurend spreekt over goed werkgeverschap, duurzame inzetbaarheid, veilig werken en respect voor de schoonmaker, lijkt opvallend stil te worden zodra een concurrent mogelijk de grenzen opzoekt. Blijkbaar geldt maatschappelijke betrokkenheid vooral zolang de factuur nog wordt betaald.
Contractwisseling beschermt werknemers. Maar wie beschermt daarna de kwaliteit?
De cao kent uitgebreide afspraken over contractwisseling. Het doel daarvan is helder: werknemers mogen niet de dupe worden van een wisseling van opdrachtnemer. Werkuren, arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid worden zoveel mogelijk beschermd. Maar de cao kan niet voorkomen dat een nieuwe opdrachtnemer daarna keuzes maakt die op papier legaal lijken, maar in de praktijk leiden tot hogere werkdruk, slechtere arbeidsomstandigheden of toenemende veiligheidsrisico’s.
En daar ontstaat een grijs gebied. Want wanneer wordt een incident een patroon? Wanneer wordt kostenbewust ondernemen kostenafwenteling op medewerkers? En wanneer wordt stilzwijgen medeplichtigheid?
De olifant in de kamer: prijs
Laten we het beestje bij de naam noemen. In veel gevallen begint het probleem niet bij de nieuwe opdrachtnemer. Het begint bij de aanbesteding.
De Code Verantwoordelijk Marktgedrag stelt al jaren dat schoonmaakdiensten niet primair op laagste prijs zouden moeten worden gegund en dat kwaliteit, arbeidsomstandigheden en vakmanschap nadrukkelijk moeten meewegen.
Toch zien we nog steeds aanbiedingen waarvan ervaren ondernemers zich afvragen: “Hoe kan dit überhaupt uit?”
Wanneer arbeid meer dan tachtig procent van de kostprijs bepaalt, ontstaat er maar beperkte ruimte om goedkoper te werken zonder gevolgen voor personeel, opleiding, materialen of begeleiding. De rekening komt uiteindelijk bijna altijd ergens terecht. De vraag is alleen bij wie.
Niet klikken, wel handelen
Het oude schoonmaakbedrijf staat voor een dilemma. Actief de opdrachtgever benaderen voelt al snel als natrappen. Een concurrent beschuldigen zonder bewijs is onverstandig. Geruchten verspreiden is onprofessioneel.
Maar volledig zwijgen is ook niet altijd de juiste keuze. Wat kan een professionele ondernemer dan wel doen?
- Houd feiten en emoties gescheiden
Verhalen zijn geen bewijzen. Eén loonstrook is geen structureel probleem. Eén foto van een glazenwasser zegt niet alles. Verifieer voordat je conclusies trekt. - Informeer medewerkers over hun rechten
Wanneer werknemers aangeven dat loonbetalingen niet kloppen, cao-afspraken niet worden nageleefd of veiligheidsproblemen bestaan, mag je hen wijzen op de beschikbare routes:
• leidinggevende;
• ondernemingsraad;
• vakbond;
• RAS;
• Nederlandse Arbeidsinspectie.
Niet als belangenbehartiger van jouw voormalige bedrijf. Maar als vakgenoot. - Meld ernstige veiligheidsrisico’s
Bij direct gevaar verandert de discussie. Wie kennis krijgt van situaties waarbij ernstig letsel voorzienbaar is, bijvoorbeeld structureel onveilig werken op hoogte zonder adequate maatregelen, heeft ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid. De branche kent niet voor niets uitgebreide aandacht voor veilig werken op hoogte binnen de glas- en gevelreiniging.
Wat kunnen medewerkers doen als er sprake is van misstanden?
Wanneer werknemers vermoeden dat cao-afspraken niet worden nageleefd, lonen onjuist worden betaald of veiligheidsrisico’s ontstaan, zijn er verschillende officiële meldroutes beschikbaar.
- Bespreek het eerst intern
Veel problemen ontstaan door fouten in roosters, urenregistratie of salarisadministratie. Een gesprek met de direct leidinggevende of rayonmanager kan soms voldoende zijn. - Raadpleeg de cao-partijen
Bij vragen over toepassing van de cao kunnen werknemers of werkgevers terecht bij de brancheorganisaties en vakbonden. De regeling rond contractwisseling is specifiek opgenomen in de cao voor het Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf en heeft als doel
werknemers te beschermen bij wisseling van opdrachtnemer. - Neem contact op met de RAS
De RAS (Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche) ondersteunt werkgevers en werknemers bij cao-vraagstukken, contract wisselingen en arbeidsverhoudingen binnen de branche. - Schakel een vakbond in
Vakbonden kunnen ondersteuning bieden bij loonvorderingen, arbeidsvoorwaarden, cao-uitleg en geschillen met werkgevers. - Meld ernstige arbeidsomstandigheden
Bij structureel onveilige situaties, ernstige overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet of gevaarlijke werkomstandigheden kan een melding worden gedaan bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. - Informeer de opdrachtgever
Wanneer de kwaliteit van het werk, de beschikbaarheid van middelen of de veiligheid van medewerkers onder druk komt te staan, kan het gerechtvaardigd zijn dat medewerkers of leidinggevenden de opdrachtgever hierover informeren. Opdrachtgevers dragen immers eveneens verantwoordelijkheid voor goede arbeidsomstandigheden binnen hun contracten en gebouwen. De Code Verantwoordelijk Marktgedrag benadrukt nadrukkelijk de gezamenlijke verantwoordelijkheid van opdrachtgevers en opdrachtnemers voor kwaliteit van arbeid en arbeidsomstandigheden.
Misschien ligt de echte verantwoordelijkheid elders
Misschien is de meest ongemakkelijke conclusie wel dat het oude schoonmaakbedrijf niet degene is die in actie zou moeten komen. Misschien ligt de bal bij de opdrachtgever.
Want opdrachtgevers controleren vaak uitgebreid vóór gunning:
• certificaten;
• keurmerken;
• presentaties;
• auditrapporten.
Maar controleren zij ook zes maanden later nog? Wordt gekeken of medewerkers daadwerkelijk krijgen wat is beloofd? Of is de opdracht na gunning vooral een financieel dossier geworden? De Code Verantwoordelijk Marktgedrag benadrukt juist dat opdrachtgevers mede invloed hebben op kwaliteit van arbeid, arbeidsomstandigheden en de relatie met schoonmaakmedewerkers. Die verantwoordelijkheid stopt niet zodra het contract is getekend.
Mijn mening
Als oud-opdrachtnemer moet je nooit de concurrentiepolitie gaan spelen. Maar je hoeft ook niet blind te worden zodra een object van naam verandert. Wanneer betrouwbare signalen wijzen op cao-overtredingen, onverantwoorde werkdruk of onveilige situaties, mag een professionele ondernemer best opkomen voor de waarden die hij jarenlang uitdroeg. Niet vanuit commercieel belang. Niet alleen om de opdracht terug te winnen. Maar omdat goed werkgeverschap geen eigenschap hoort te zijn die eindigt op de dag dat het contract afloopt. Want uiteindelijk is de belangrijkste vraag niet welk schoonmaakbedrijf de aanbesteding heeft gewonnen. De belangrijkste vraag is of de schoonmaker die om zes uur ’s ochtends het gebouw opent, nog steeds veilig, zorgvuldig en met respect wordt behandeld. En daar zou de hele branche zich druk om moeten maken.
Een markt waarin iedereen wegkijkt zodra een contract verloren is, is geen professionele markt maar een stilzwijgende markt. Natuurlijk moet een verliezende opdrachtnemer niet vervallen in rancune, geruchten of moddergooien. Maar de sector zou zichzelf een ongemakkelijke vraag moeten stellen:
Als wij als branche zeggen dat de schoonmaker centraal staat, waarom houden we daar dan mee op zodra hij op de loonlijst van een concurrent verschijnt?
Goed werkgeverschap is geen eigenschap die verdwijnt bij een contract wisseling. Integriteit evenmin.
Maurice Rutgrink
HSE Supervisor-MVK-Middelbaar Arbeidshygienist i.o
