Blog Maurice Rutgrink: Tegenstellingen, verwachtingen en cao-onderhandelingen
De cao-onderhandelingen leggen een spanningsveld bloot dat veel verder gaat dan alleen loon en arbeidsvoorwaarden. Wat we als consument normaal vinden, botst regelmatig met wat we als werknemer rechtvaardig vinden. Wie naar de hele keten kijkt, ziet dat keuzes altijd gevolgen hebben, vaak dichterbij dan gedacht.
Cao-onderhandelingen maken tegenstellingen zichtbaar
Nu de cao-onderhandelingen in volle gang zijn, worden de tegenstellingen steeds duidelijker. Zeker als je er vanuit een andere hoek naar kijkt. Mensen blijken dan soms anders naar zaken te kijken dan je zou verwachten.
Neem als voorbeeld een dagje uit naar de Efteling. Er wordt vaak geklaagd over de hoge prijzen voor eten, drinken en souvenirs. Maar bekijk het eens van de andere kant. Als jouw kind of partner daar in het weekend werkt voor minimumloon zonder toeslagen, voelt dat onrechtvaardig. Dan stel je bij cao-onderhandelingen juist stevige eisen: hoger loon, betere arbeidsvoorwaarden en extra’s zoals een fietsplan. Om dat te betalen, moet een organisatie als de Efteling iets doen met de prijzen. Zo ontstaat een prijsstijging die zichzelf versterkt. Verhoog je het loon met 10 procent, dan worden producten duurder. Het bekende broodje of frietje wordt prijziger en dat leidt weer tot gemopper. Want een dagje uit is al duur genoeg.
De keten van prijs en verwachting
Tegelijkertijd wordt alles duurder: brandstof, levensmiddelen en hygiëneproducten. Dat voelt voor veel mensen als een eindeloze opstapeling van prijsstijgingen. Toch is het geen domino-effect, maar een samenhangende keten. Dat zie je ook in de praktijk. Veel mensen willen in het weekend uit eten of een hotel bezoeken, maar werkgevers vinden moeilijk personeel voor zaterdag of avonduren. Tegelijk is er kritiek op de bediening, de prijzen of het ontbreken van dagelijkse schoonmaak in hotels. We vinden het normaal dat we ’s nachts nog eten kunnen bestellen of laten bezorgen. Maar daar werken wel mensen voor, vaak op momenten dat anderen vrij zijn.
Wie betaalt de prijs?
Die gedachte wringt. Op oudejaarsavond willen we feest vieren, met bediening, muziek en service. Maar hebben de mensen die werken dan geen recht op hetzelfde? Mogen schoonmakers op 1 januari vrij zijn in plaats van onze rommel op te ruimen? En als zij op een feestdag werken met toeslag, vinden we het ineens te duur.
Mijn advies: kijk eens naar de hele keten, van grondstof tot eindproduct. Neem een komkommer: de teler krijgt 15 tot 20 cent, terwijl deze in de supermarkt vaak 75 cent kost. Waar zit dat verschil? In transport, verwerking, opslag en verkoop. Alles in de keten kost geld.
Hogere lonen, hogere prijzen
Dat betekent niet dat mensen eindeloos minimumloon moeten verdienen. Maar hogere lonen leiden vrijwel altijd tot hogere prijzen. Dat klinkt logisch, maar zo wordt er niet altijd naar gekeken. Neem de schoonmaakbranche. Stel dat we het uurloon zetten op €16 bruto. Met bijkomende kosten zoals verzekeringen en belastingen komt het tarief uit op circa €30 tot €32 per uur. Dat is voor veel mkb-bedrijven nog te verkopen. Verdubbel je het loon, dan stijgt het uurtarief richting €60. De vraag is: wie kan en wil dat nog betalen?
De spagaat van het mkb
Voor veel mkb-klanten wordt dat onhaalbaar. Het risico ontstaat dat werk verdwijnt, zwart wordt uitgevoerd of verschuift naar zzp’ers. Terwijl vakbonden juist inzetten op betere posities voor werknemers in loondienst. Voor kleine werkgevers ontstaat zo een spagaat. Je wilt je medewerkers goed belonen, maar de markt moet het wel kunnen dragen. Tegelijk zijn kosten lastig te verlagen. Dat kan ertoe leiden dat bedrijven de cao niet volledig naleven, iets wat eigenlijk onacceptabel is.
Werken moet wel lonen
Daarnaast speelt nog iets anders. Niet iedereen gaat erop vooruit bij een hoger uurloon. Zeker parttimers kunnen toeslagen verliezen. Soms loont het financieel zelfs om minder te werken en toeslagen te behouden. Dat maakt keuzes complex en beïnvloedt de arbeidsmarkt.
Het gevolg kan zijn dat er minder gewerkt wordt, terwijl klanten door hogere kosten juist minder diensten afnemen. Dat raakt uiteindelijk de hele keten, van schoonmaakbedrijven tot leveranciers.
Wat kun je zelf doen?
Het mkb wordt vaak gezien als motor van de economie, maar ervaart in de praktijk weinig ruimte. Wat kun je dan zelf doen? In andere sectoren zijn voorrijkosten heel normaal. In de schoonmaak nauwelijks. Door anders te kijken naar kostenopbouw, ontstaat misschien meer ruimte om medewerkers beter te belonen, zonder alleen het uurloon te verhogen. Want uiteindelijk geldt: alles moet ergens van betaald worden.
