Blog Hella Vercammen (TLC): “Zo kan zzp wel” – maar kan het in de schoonmaak nog wel?”
De campagne “Zo kan zzp wel” van Minister Aartsen klinkt op papier positief en genuanceerd. In de praktijk van de schoonmaakbranche gaat deze wet juist niet positief werken en wordt het juist meer zwart wit! Want de feitelijke situatie in de schoonmaak is duidelijk: veel zzp-constructies draaien rond tarieven ónder het minimum van €38,- ex btw. dat de Zelfstandigenwet al voor de zomer als harde richtlijn wil neerleggen. En dan maakt het niet uit wat de ZZP-er zelf daarvan vindt, of hij zich voldoende als ondernemer gedraagt en zich ondernemer voelt.
Omdraaiing van de bewijslast
De kern van deze eerste doorgevoerde aanpassing van de Zelfstandigenwet ligt in de herziening van het rechtsvermoeden van werknemerschap. Wie onder een bepaald tariefniveau (op dit moment 38 euro per uur) met een ZZP-ers contracteert, plaatst zichzelf in de vuurlinie van de bewijslast. Dat is niet per se een verbod op zzp in de schoonmaak, maar wel een harde grens dat lage tarieven en hoge controle door de opdrachtgever niet met “echte zelfstandigheid” te verenigen zijn. Alleen als men als opdrachtgever (al dan niet met hulp van opdrachtnemer) kan bewijzen dat de ZZP-er voldoet aan alle zelfstandige criteria (momenteel zijn dat nog de 9 Deliveroo criteria) kan men onder dat tarief nog werken. Dat noemen ze ook wel een Duivelse bewijslast.
Te verwachten effect voor de schoonmaakbranche
In de praktijk betekent deze bewijslast dat veel schoonmaakzzp’ers of de tarieven moeten verhogen (wat vaak commercieel onhaalbaar is) óf dat de relatie terug moeten nemen naar een gewone arbeidsrelatie. Op zich willen veel schoonmaakbedrijven dat laatste heel graag, maar zijn het vooral de ZZP-ers die nog hun poot stijf houden om onder aan de streep meer over te houden.
Mijn voorspelling is dat dit minimum tarief juist de Schoonmaakbranche zal gaan helpen om weer de geest in de fles te krijgen. Weer terug naar normaal en dat is toch een dienstverband waarbij de werkgever weer op een betere manier het werk kan organiseren en de kwaliteit beter kan garanderen. De tarieven zijn nou eenmaal te laag voor een ZZP-er om te denken aan kwaliteit, veiligheid en ook sociale vangnetten voor zichzelf te organiseren.
Vergeet de handhaving niet!
Ondertussen moeten we de handhavingscontext van de Belastingdienst niet vergeten! Sinds 1 januari 2025 wordt weer volledig gecontroleerd op schijnzelfstandigheid, inclusief boetes en naheffingen.
Voor opdrachtgevers in de schoonmaak is dat een sterke prikkel om deze schijnconstructies te herijken. Voor de Belastingdienst wordt het immers vrij eenvoudig nu om op schijnzelfstandigheid onder het minimum tarief te gaan handhaven. Zit men eronder, dan is er sprake van schijnzelfstandigheid en kunnen er boetes en naheffingen worden opgelegd. Daar kan men alleen onderuit komen als je het tegendeel kan bewijzen.
Voor wie geeft de Zelfstandigenwet wel meer vrijheid?
Voor de kleinere groep échte ondernemers – met hogere tarieven, met meerdere opdrachtgevers, met echte investeringen, commerciële risico’s en voldoende juridische en economische vrijheid – biedt de Zelfstandigenwet wel meer duidelijkheid.
Conclusie
Voor de grote schare schoonmakers die nu als zzp’er werken, geldt dat niet en verandert het eerste ingevoerde deel (minimum tarief) van de wet dus veel: nog veel minder ruimte voor schijnconstructies, veel meer prijs op werkelijke ondernemerschap en dus een nog strengere “selectie” op wie zzp nog echt kan blijven.
Kort gezegd: “Zo kan zzp wel” is in de schoonmaakbranche echt geen bevrijdingsoproep maar een harde waarschuwing.
De waarde van de wet is groot voor de balans tussen risico en bescherming, maar de praktijk zal leren dat de ruimte voor zzp in deze sector vooral veel kleiner, maar ook transparanter, zal worden.
Hella Vercammen
Ondernemingsjurist gespecialiseerd in de Schoonmaakbranche
Directeur The Legal Company
