Valentijnsdag 2026: Hulde aan de schoonmakers
>Simone Wortelboer verspreidt op haar LinkedIn-profiel een hulde-aan-serie. Deze week was dat een hulde aan de schoonmaker. Mooi om op Valentijnsdag 2026 te delen.
Hulde aan de schoonmaker
die ’s ochtends vroeg
door lege gangen loopt,
met alleen het geluid
van een stofzuiger, een emmer,
en zijn of haar eigen gedachten.
Hulde aan de schoonmakers in kantoren,
die de sporen van de dag weghalen:
koffievlekken, broodkruimels,
papieren bekers, volle prullenbakken,
zodat wij de volgende ochtend
weer kunnen doen
alsof het nooit een rommeltje is geweest.
Hulde aan de schoonmakers in scholen,
die kleverige tafels,
moddersporen in de gang,
vieze toiletten
en overvolle vuilnisbakken
omtoveren tot een frisse start
voor een nieuwe dag leren.
Hulde aan de schoonmakers in ziekenhuizen,
verpleeghuizen en huisartsenpraktijken,
waar hygiëne geen luxe is
maar een levensvoorwaarde.
Zij maken schoon
wat wij liever niet zien:
bloed, braaksel, lichaamsvocht,
de rauwe kant van ziek zijn en sterven.
Zij lopen daar, waar kwetsbaarheid
letterlijk op de grond ligt.
Hulde aan de mensen
die met handschoenen aan
en vaak te weinig erkenning
meewerken aan onze gezondheid.
We hebben tijdens corona even
een glimp gezien
van hoe belangrijk ze zijn.
Er werd geklapt, bedankt, geprezen.
En daarna?
Gingen we weer over tot de orde van de dag.
Maar zij bleven.
Met lage uurlonen,
onregelmatige tijden,
kapotte ruggen
en handen die iedere dag
met schoonmaakmiddelen
weer verder uitscheuren.
Hulde aan de mensen
die je pas opvallen
als ze een dag níet zijn geweest.
Als prullenbakken uitpuilen,
toiletten stinken,
vloeren plakken
en iedereen zich ineens herinnert:
“O ja… iemand doet dit normaal gesproken.”
Voor mij horen schoonmakers
bij het buitengewone volk:
mensen die in stilte
ervoor zorgen
dat wij kunnen werken, leren, genezen,
bezoeken, overleggen en ontmoeten
in een omgeving,
die schoon genoeg voelt,
om ons veilig te wanen.
Dus vandaag:
Hulde aan de schoonmakers.
Aan de mensen
die de troep van de samenleving
elke dag weer opruimen,
zodat wij kunnen doen
alsof het vanzelf gaat.
Dat we hen vaker in de ogen aankijken,
vaker bedanken,
en nooit meer spreken
over “het laagste werk”,
maar over essentieel werk
dat wij zélf niet willen doen
en waar we dus zuinig op moeten zijn.
