Blog Edgar van Engelen: Impact maken in de schoonmaak: welke keuzes maken we en wat leveren die op?
In de schoonmaak praten we graag over “kwaliteit”. Over glans, geur, zichtwerk en het halen van een score. Begrijpelijk: het is tastbaar en snel uit te leggen. Maar impact gaat over iets anders. Impact is het effect dat jouw schoonmaakkeuzes hebben op mensen (gezondheid, beleving, waardigheid), op gebouwen (levensduur, binnenmilieu, gebruik) en op organisaties (productiviteit, reputatie, kosten, ESG). En daar ligt een wereld aan keuzes die vaak níet in het standaard rijtje “duurzaam vs. goedkoop” past.
Ook in 2026 verzorgt Edgar van Engelen ieder kwartaal een blog over het thema dat dan centraal staat op Schoonmaakjournaal. Dit kwartaal is dat impact.
Hieronder een aantal impactkeuzes die ik steeds vaker terugzie in de praktijk, inclusief de onverwachte opbrengst (en soms verborgen schade) ervan.
1. De grootste keuze is niet wát je schoonmaakt, maar wat je “waar” vindt
Mensen beoordelen schoonmaak zelden als technicus. Ze beoordelen als gebruiker. En gebruikers zijn voorspelbaar irrationeel: ze wegen “wat ik zie” en “wat ik ruik” zwaarder dan “wat microbiologisch klopt”.
Uit onderzoek naar perceived cleanliness blijkt dat waargenomen hygiëne en vertrouwen sterk beïnvloed worden door subtiele signalen (zoals orde, consistentie, en contextcues), soms los van de feitelijke reinheid. *
Dat maakt jouw keuzes strategisch: richt je programma op plekken die gedrag en vertrouwen sturen (contactpunten, sanitaire routing, entrees, vergaderplekken), dan stijgt de beleving sneller dan wanneer je alleen “meer uren” toevoegt.
Opbrengst: minder klachten, hoger vertrouwen, rust in de organisatie.
Risico: doorslaan in “show-schoon” (alles glimt, maar verkeerde prioriteiten).
2. Zichtbaarheid van schoonmaak is een organisatie-interventie
We hebben decennialang schoonmaak ’s avonds/’s nachts verstopt. Efficiënt, dacht men. Maar zichtbare schoonmaak verandert iets fundamenteels: waardering, contact, en sociale veiligheid.
Een studie in de dienstverlenende context (o.a. openbaar vervoer) vond dat de aanwezigheid van schoonmaakmedewerkers positief samenhing met de beleving van personeel, netheid en comfort. **
Interclean vatte het recent kernachtig samen met de uitspraak dat dag-schoonmaak “de onzichtbaarheidsmantel” wegneemt. ***
Opbrengst: minder stigma, meer directe afstemming met gebruikers, snellere bijsturing, meer eigenaarschap in het gebouw.
Unieke invalshoek: dag-schoonmaak is óók reputatiemanagement. Je laat zien dat je controle hebt.
3. “Geur” is geen kwaliteitsbewijs, maar een blootstellingskeuze
De sector kent het: “het ruikt schoon.” Maar geur is een signaal dat je chemie communiceert, niet dat je schoonmaakt. En die keuze heeft impact op medewerkers én gebruikers.
Wetenschappelijke reviews tonen verbanden tussen blootstelling aan schoonmaakproducten en respiratoire klachten en (verergering van) astma, zeker in beroepsmatige settings. ****
Daarom is “parfumvrij waar het kan” geen modewoord, maar risicobeheersing. Zeker in zorg, onderwijs en kantoortuinen met mensen met astma of prikkelgevoeligheid.
Opbrengst: minder verzuimrisico, betere tolerantie bij gebruikers, minder klachten (“hoofdpijn”, “irritatie”).
Praktische keuze: stuur niet op “sterke geur”, maar op proces: juiste dosering, ventilatie, contacttijd, en productkeuze.
4) Hygiëne is een keten: schoonmaken is vaak belangrijker dan desinfecteren
Een hardnekkige reflex (zeker sinds COVID): “meer desinfectie = veiliger”. Maar gezaghebbende richtlijnen benadrukken dat reinigen essentieel is omdat vuil desinfectiemiddelen kan inactiveren; ondoordacht sprayen dekt bovendien niet altijd alle oppervlakken of contacttijd. *****
Opbrengst: betere infectiepreventie met minder chemische belasting, mits je proces klopt.
Unieke invalshoek: impact zit in de volgorde (eerst reinigen), niet in het meest agressieve middel.
5) Impact op gebouwen: chemie kan levensduur verlengen of verkorten
Schoonmaak is ook materiaalbeheer. Verkeerde pH, te nat werken, of ongeschikte middelen kunnen vloeren, coatings, voegen en RVS versneld aantasten. Omgekeerd: een goed programma verlengt de levensduur, vermindert vervangingskosten en verlaagt de milieu-impact van renovaties.
Daarom zie je in (Europese) duurzaam-inkoopcriteria steeds meer aandacht voor proces, dosering, training, en het beperken van gevaarlijke stoffen, niet alleen voor “een groen label”. ******
Opbrengst: minder kapitaalvernietiging, minder storingen, minder herstelwerk.
Organisatie-effect: facilitair wordt voorspelbaar in plaats van reactief.
6. “Autonomie” van gebruikers: schoonmaak als onderdeel van werkproductiviteit
In gebouwen gaat het niet alleen om schoon, maar om functioneel werken. Interessant is onderzoek in gebouwbeleving dat laat zien dat ervaren controle (autonomie) van gebruikers positief samenhangt met tevredenheid en ervaren productiviteit. *******
Vertaling naar schoonmaak: geef gebruikers micro-autonomie waar het kan (heldere meldroutes, snelle respons, ‘on demand’ bij piekmomenten, en transparante afspraken). Niet omdat de gebruiker “de baas is”, maar omdat het de beleving van grip vergroot.
Opbrengst: minder frustratie, minder escalaties, betere samenwerking tussen schoonmaak en klant.
Unieke invalshoek: je verkoopt geen schoonmaakuren, je verkoopt rust en regie.
7. De impact op de organisatie zit vaak in verborgen kosten: presenteïsme en vertrouwen
De waarde van schoon is niet alleen minder ziekteverzuim; het gaat ook om presenteïsme (wel aanwezig, minder fit) en vertrouwen in de werkplek. ISSA’s “Value of Clean” bundelt (internationale) inzichten over comfort, welzijn en productiviteitseffecten van schone, hygiënische gebouwen. ********
Opbrengst: minder “ruis” in de organisatie, hogere tevredenheid, betere bezoekerservaring.
Keuze: meet niet alleen “schoonmaakscore”, maar ook klachtenpatronen, responstijden en gebruikersfeedback.
Tot slot: impact vraagt een andere vraag
De standaardvraag is: “Wat kost het?”
De impactvraag is: “Welke schade voorkom ik – en welke waarde bouw ik op?”
- Voor mensen: minder blootstelling, meer waardering, meer comfort en vertrouwen.
- Voor gebouwen: langere levensduur, beter binnenmilieu, minder herstel.
- Voor organisaties: minder verstoring, betere reputatie, aantoonbare ESG/duurzaamheidswinst.
Impact maken in de schoonmaak is dus geen extra module. Het is een keuze-architectuur: waar leg je de nadruk, wat meet je, wat maak je zichtbaar, en welke risico’s neem je bewust níet.
Wie dat serieus oppakt, ontdekt iets opvallends: de meest impactvolle schoonmaak is zelden “meer”. Het is bijna altijd “slimmer”.
Edgar van Engelen
Qualis Insight C4C
