OSB en sociale partners sturen Tweede Kamer brandbrief over Drechtsteden ontslag

brandOp 24 december heeft werkgeversvereniging OSB een brandbrief namens sociale partners en andere betrokkenen in de schoonmaakbranche gestuurd naar de woordvoerders onderkant arbeidsmarkt/participatie en markt en overheid in de Tweede Kamer. Daarin maakt OSB bezwaar tegen het ontbinden van het schoonmaakcontract tussen Drechtsteden en GOM, wat het ontslag van 50 schoonmakers tot gevolg heeft. Hieronder de volledige brief Verdringing schoonmaakpersoneel uit naam van OSB-voorzitter Piet Adema.

Geachte mevrouw, heer,

Zeer onlangs zijn wij, sociale partners en andere betrokkenen in de schoonmaakbranche, volledig onverwacht geconfronteerd met een besluit van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden om het schoonmaakcontract met haar schoonmaakleverancier Gom per 1 januari aanstaande te ontbinden. Tegelijkertijd besloot Drechtsteden om de schoonmaakwerkzaamheden onder te brengen bij Drechtwerk, haar SW-bedrijf. Dit met als direct gevolg dat 50 reguliere schoonmaakmedewerkers, inwoners uit de Drechtsteden-gemeenten, hun baan verliezen.

Door de keus van Drechtsteden om het schoonmaakwerk op deze wijze in te richten, alsmede door het niet nemen van sociale medeverantwoordelijkheid voor de getroffen werknemers, is er sprake van een abrupte en 100% arbeidsverdringing van de ene kwetsbare groep door de andere. Gesprekken met het samenwerkingsverband hebben er tot op heden niet toe geleid, dat men op een andere, meer maatschappelijk verantwoorde wijze invulling wil geven aan dit besluit. Er is Drechtsteden overigens meerdere keren dringend verzocht om met alle betrokken partijen overleg te voeren om te komen tot een constructieve oplossing. Dit heeft men echter stelselmatig geweigerd. Wij beschouwen de handelwijze van Drechtsteden als maatschappelijk onverantwoordelijk en onbehoorlijk gelet op dit directe verdringingseffect.

Wij herinneren u in dit verband aan uitspraken van Minister Asscher van Sociale Zaken in een brief vorig jaar aan de Tweede Kamer (TK 29.544, nr. 558, zie bijlage),  waarin hij benadrukt dat het kabinet de inzet van gemeenten om bij aanbestedingen ook mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt een kans te bieden op werk, in algemene zin ondersteunt. De minister benadrukte met klem dat als dit ten koste gaat van de bestaanszekerheid van mensen mét een baan, dat de maatregel zijn doel dan voorbij schiet.

Het is gebruikelijk in de schoonmaakbranche dat mensen het werk volgen. Daar zijn ook afspraken over gemaakt via een sociale paragraaf in de CAO Schoonmaak, maar deze lijken vooralsnog ook niet te worden toegepast door Drechtsteden in dit geval. In de Code Verantwoordelijk Marktgedrag hebben 200 opdrachtgevers (waaronder de Rijksoverheid, 16 gemeentes, NS, Schiphol, Erasmus MC, MVO Nederland), intermediairs en sociale partners zich erop vastgelegd deze sociale paragraaf te respecteren. Zo heeft de gemeente Leeuwarden in een met Drechtsteden vergelijkbare kwestie wel zijn verantwoordelijkheid genomen. In samenwerking met CNV Schoonmaak, Gom, Atir en het SW-bedrijf Caparis, werd door de gemeente Leeuwarden op constructieve en zorgvuldige wijze een oplossing gevonden.

Vanzelfsprekend zijn wij niet tegen de inzet van SW-medewerkers. Integendeel, ook bij de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden wordt binnen het huidige schoonmaakcontract al een aanzienlijk percentage SW-medewerkers ingezet. De voorgenomen invulling van de organisatie gaat echter ten koste van de mensen, die momenteel het werk aldaar verrichten, en dat bovendien op een abrupte wijze. En dat is naar ons oordeel onverantwoordelijk en volstrekt ongewenst.

Wij dringen er daarom bij u op aan om de minister aan te sporen hierover met Drechtsteden in contact te treden en aan te dringen op een oplossing die én de participatie bevordert én voor deze vijftig medewerkers een beter perspectief op behoud van hun baan biedt. Wij zien daar goede mogelijkheden toe en zijn graag bereid daaraan een constructieve bijdrage te geven.

Vanzelfsprekend zijn wij graag tot een nadere toelichting bereid.

Met vriendelijke groet,
Piet Adema voorzitter OSB

Mede namens:
Jet Linssen, bestuurder FNV Schoonmaak
Jan Kampherbeek, bestuurder CNV Vakmensen
Kees Blokland, voorzitter Code Verantwoordelijk Marktgedrag
Albert van der Meulen, algemeen directeur Gom Schoonhouden