CNV: “Cao akkoord zonder harde strijd”

februari 24, 2017 in Schoonmaakcao

CNV - mars met vlaggenDe 120.000 schoonmakers in Nederland krijgen een nieuwe cao. Werkgevers en vakbonden hebben hierover vannacht een akkoord bereikt. Onderhandelaar Jan Kampherbeek van CNV Vakmensen is tevreden, zowel over het proces als over de uitkomst. “We hebben zonder harde strijd een goed resultaat bereikt voor de schoonmakers en we hebben met elkaar een paar lastige dossiers opgelost. Zo kan het dus ook. ”  

Het gaat om een tweejarige cao, van 1 januari 2017 tot 1 januari 2019. In die periode stijgen de lonen met in totaal 3,75%: 2% per 1 juli 2017, 0,75% per 1 januari 2018 en 1% per 1 juli 2018. Daarnaast gaat de eindejaarsuitkering in december 2017 iets omhoog (van 2,2% naar 2,4%) voor schoonmakers met 8 of meer dienstjaren.

Sneller naar hoger salaris De cao-partijen hebben met elkaar ook een compleet nieuw loongebouw ontwikkeld, dat per 1 januari 2018 wordt ingevoerd. Kern daarvan is dat beginnende schoonmakers meteen in een echte loonschaal vallen (in plaats een lager ‘inleerloon’) én dat schoonmakers sneller een salarisstap maken. “Schoonmakers komen nu na vier jaar op het eindsalaris van hun schaal in plaats van na acht jaar. Ze maken dus sneller een stap naar de volgende schaal”, zegt Kampherbeek.

€ 1300.000 voor scholing
Tevreden is de CNV-onderhandelaar ook over een scholingspot van € 300.000 (gedurende de looptijd van de cao). Daarmee kunnen schoonmakers cursussen en opleidingen volgen, ook voor werk buiten de schoonmaakbranche. Kampherbeek: “Afgelopen jaren hebben we positieve ervaringen opgedaan met een CNV-scholingsfonds. Veel schoonmakers willen best eens iets anders, maar krijgen die scholing financieel zelf niet voor elkaar. Hiermee krijgen ze die kans.”

Daarnaast gaat de schoonmaakbranche (los van de scholingspot van € 300.000) elk jaar duizend leidinggevenden opleiden, met daarbij speciale aandacht voor de stijl van leidinggeven en de begeleiding bij ziekte.

Pilot verbreding van werk
Een bijzondere afspraak is ook dat er bij een aantal schoonmaakbedrijven een pilot komt naar verbreding van werkzaamheden voor de schoonmakers. Kampherbeek: “Uit een eigen enquête die we onder schoonmakers hebben gehouden, blijkt dat bijna 40% van de schoonmakers graag meer uren zou willen werken. Veel schoonmakers hebben een klein baantje, soms meerdere tegelijk, waar ze moeilijk van rond kunnen komen. We pleiten er al langer voor dat schoonmakers hun taken en hun uren kunnen uitbreiden, bijvoorbeeld door naast het schoonmaakwerk ook andere taken uit te voeren. Denk aan post rondbrengen, cateringwerkzaamheden, planten verzorgen of klein onderhoud. Met een paar uur extra werken bereiken we meer dan met een paar procent loonsverhoging. Hier gaan we dus nu een aantal pilots mee doen.”

Wachtdagen Verder hebben de cao-partijen met elkaar vastgesteld dat de wachtdagen bij ziekte definitief verleden tijd zijn. “Uit onderzoek blijkt dat het ziekteverzuim na het afschaffen van de wachtdagen niet hoger is geworden. Daarmee is de telkens terugkerende discussie over de wachtdagen definitief beslecht. De wachtdagen komen niet meer terug.

De CNV-onderhandelaar herhaalt zijn eerdere pleidooi voor het afschaffen van de wachtdagen in álle cao’s (zoals nu nog in onder andere de cao’s voor de fashion, de uitzendbranche, de tuincentra en de parketvloerenondernemingen). Kampherbeek: “Ik hoop en verwacht dat andere cao’s volgen. We moeten af van de wachtdagen. Als je ziek bent, ben je ziek – het is onzin dat je die eerste ziektedagen uit eigen zak moet betalen.”

Robotisering
Werkgroepen gaan de komende cao-periode onder meer de gevolgen van de robotisering in de schoonmaak onderzoeken. “We willen graag weten wat erop ons afkomt, welk werk er verdwijnt en wat dat betekent voor de hele dienstverlening en de werkgelegenheid in de schoonmaakbranche.”

Leden
CNV Vakmensen bespreekt het cao-akkoord komende week eerst met de CNV-leden in de cao-commissie. Daarna wordt het aan de leden voorgelegd.

Over CNV Vakmensen
CNV Vakmensen heeft 160.000 leden en behartigt de belangen van werknemers in de sectoren industrie, bouw, vervoer, handel, diensten en voeding.