Column: Zwerfurine

Paleis op de DamZwerfafval hadden we al, net als zwerfkat, zwerfhond, zwerftocht, zwerfkei, zwerfjongere. En nu is er ook de zwerfurine. Welkom in Amsterdam! Ik trof de term zwerfurine aan in een verhaal over de gang van zaken bij het Paleis op de Dam,  nadat daar onlangs de restauratie was afgerond. Niet zodra waren de steigers verwijderd of het werd weer bestormd door wildplassers die daar tegen de muren aan gingen staan pissen – excusez le mot. Maar als je iets zo adequaat mogelijk wenst te beschrijven, of een geur wilt oproepen, moet je soms teruggrijpen naar woorden die de grenzen der betamelijkheid naderen.

Geloof me, onderwerp- en woordkeuze vloeien niet voort uit een onbedwingbare behoefte u het leven op deze vroege ochtend zuur te maken. Integendeel, ik heb begrip voor uw situatie: u bent net wakker, het ging er weer dolletjes aan toe in het weekend, wellicht is de maagstreek nog niet geheel en al op orde. Maar het is zoals het is: de Amsterdamse autoriteiten, of wat daarvoor moet doorgaan, zagen zich genoodzaakt toch maar weer hekken rondom het Paleis op de Dam te plaatsen,  omdat de poreuze muren van het ontvangstgebouw der Oranjes een nieuwe aanval met hectoliters zwerfurine niet zouden aankunnen.

Twee dingen. 1. Het is niet ondenkbaar dat zich onder de wildplassers opstandige individuen bevonden, die het aan hun water voelden dat het oorspronkelijke gemeenteraadsplan om de stadsdelen in 2014 grotendeels af te schaffen, door de moord en brand schreeuwende lokale machtswellustelingen van de PvdA zou worden getorpedeerd. Ik voelde het zelf ook aan, Job Cohen had zich immers aan het hoofd van de ’verzoeningscommissie’ gezet. En verdomd, eind vorige week kwam die notoire slapjanus inderdaad tot de conclusie dat de boel maar beter zo ongeveer kon blijven zoals-ie was: what’s new, pussycat. Ik kan me derhalve voorstellen dat bepaalde lieden zich daar bij voorbaat zo kwaad over maakten, dat zij bij wijze van protest een van Amsterdams belangrijkste gebouwen, als kwade katers die hun zin niet krijgen, gingen besproeien, al hadden ze daar natuurlijk beter de Stopera voor kunnen uitkiezen. Neehee, ik keur het niet goed. Maar dan zou ik het nog enigszins begríjpen.

2. Het Paleis op de Dam is geen mooi paleis. Mooie Nederlandse paleizen bestaan niet eens (vorig jaar bezocht ik Soestdijk: wat een armoe, ik begreep Bernhard plotseling veel beter). Grandeur en Nederlandse paleizen verhouden zich tot elkaar zoals de Elephant Man tot het menselijk schoonheidsideaal. Maar dit wil ik ook kwijt: het is een godvergeten schandaal dat ze in Amsterdam niet eens in staat c.q. niet bereid zijn om een paleis van het staatshoofd fatsoenlijk te bewaken tegen de talloze wild om zich heen pissende tokkies die dit land rijk is, en dat de Rijksgebouwendienst zich daardoor – hoe Nederlands – genoodzaakt ziet om het bedrijf dat met het beste idee tegen wildplassen op die plek komt, dat idee ook te laten uitvoeren.

Dit land verkeert in hoge nood.

Rob Hoogland, journalist en columnist
Bron: De Telegraaf, 25 februari 2013