Ad van Poppel (GOM) over Cleanfix robot: onderscheidend bij TU Delft

november 7, 2016 in Robotisering, Schoonmaakwereld 2020

schoonmaakjournaal-gom-robotreinigerSchoonmaakbedrijven zochten dit jaar vooral publiciteit met schoonmaakrobots in de vorm van pilots, shows en voorproefjes op de toekomst. Bij Gom is ook intensief getest en veel kennis opgedaan. Inmiddels is de pilotfase voorbij en bewijst de Cleanfix-schoonmaakrobot structureel zijn diensten in het sportcentrum van de TU Delft. Ad van Poppel, directeur Kwaliteit bij Gom, over voordelen, beperkingen en toekomstverwachtingen.

Zeven uur in de ochtend, buiten is het nog donker. In het sportcentrum van (hoe toepasselijk) de Technische Universiteit Delft draait inmiddels een robot zijn rondjes. De vloer van de sportzaal wordt baan voor baan gereinigd. Zonder dat er een mensenhand aan te pas komt. Zonder dat hij een stukje vergeet. De winnaar van de ISSA/INTERCLEAN Innovation Award 2016 in actie.

Laserbesturing
Gom koos bij de TU Delft bewust voor de Cleanfix RA660 NAVi. Ad van Poppel: “De laserbesturing is een duidelijk onderscheidende functionaliteit. Daarmee is het mogelijk om eenvoudig grote ruimten te moppen en te reinigen, ook als de afstand tot muren groter is dan circa 20 meter. Bij andere typen robots zijn daar zijn aanvullende maatregelen voor nodig, omdat bijvoorbeeld sonar die afstanden niet ineens aan kan.

Rond en compact
Daarnaast is de ronde, compacte vorm van de robot een voordeel: hij draait in vergelijking met andere gangbare robots het beste in smalle hoekjes. “En het gebruiksgemak voor de operator vonden we ook een belangrijk punt. Dat hadden we in de testfase al gemerkt op een andere universiteit.”

Veiligheid voorop
Van Poppel stapt zelfverzekerd voor de robot terwijl deze aan komt rijden. Hij stopt precies voor zijn schoenen. “Veiligheid is natuurlijk belangrijk. Net als in hallen met een open trap naar beneden. Hij moet natuurlijk niet zomaar de trap afrijden. En plekjes die de robot niet direct kan doen slaat hij over, om even later terug te keren en het alsnog te doen”

Geen ‘one size fits all’
Volgens Van Poppel is het niet zo dat dit type robot altijd de meest geschikte oplossing is. “Zijn de ruimten klein en is de schrobfrequentie laag, dan voegt het vaak niet veel toe. Bedrijfseconomisch is het dan al niet handig, al kan het voor uitstraling of het imago wel leuk zijn. Grotere oppervlakten, waarbij de machine zijn werk doet en meters kan maken terwijl onze schoonmaker (dan ook operator) tijd aan andere zaken kan besteden, dat zijn mooie combinaties. Natuurlijk speelt de vloersoort ook een rol: in België hebben wij uitgebreid getest met een andere robot voor tapijtvloeren. Al deze ervaring combineren we om onze klanten het beste advies te kunnen geven.”

Robot aanvullend op de mens
Van Poppel ziet deze vorm van robotisering vooral als aanvullend op de mens. “Hij is lang niet overal inzetbaar. Ik denk ook dat het werk van onze mensen er leuker van kan worden: in plaats van uren op een machine zitten ben je operator en kun je nu aandacht besteden aan andere werkzaamheden: bijvoorbeeld zaken die de klantbeleving verder verhogen. En er is genoeg schoonmaakwerk wat niet geautomatiseerd kan worden.”

Toekomstige ontwikkelingen
Van Poppel voorziet dat deze robots zich nu sneller zullen door ontwikkelen en dat het aantal aanbieders zal toenemen. In Singapore rijden er tientallen rond, in Engeland ook. In Nederland nog slechts enkele. Naarmate de robots gangbaarder worden, worden ze kostentechnisch sneller interessant en zal de ontwikkeling ook versnellen. Waar ziet hij de grote stappen? “Zodra robots zichzelf ook vullen, legen en kunnen starten in ruimten waar ze ongestoord productie kunnen leveren, wordt de volgende stap genomen. Nu is dat nog mensenwerk. En waarom zou je doorontwikkelde robots bijvoorbeeld niet in ruimten met meer inventaris kunnen inzetten? Oké, onder tafels en dergelijke heb je mogelijk een probleem, maar als je al ziet hoe compact deze robot is, dan kun je je voorstellen dat dat dichterbij komt. Wellicht kan de robot zich in de nabije toekomst ook door een gebouw bewegen door te communiceren met de liften in een pand. En denk ook eens aan taakintegratie: als een robot in de nacht werkt en onverwacht mensen signaleert, is de verbinding met beveiliging ook snel gelegd. Zo ver is het nog niet. Maar we kunnen 99 locaties mappen in deze ene machine, dus kunnen even vooruit” aldus Van Poppel.