Ongeval met glazenwasser nader belicht

maart 8, 2013 in Glas en gevel, Rechtspraak

SVS opleidingencentrum ArnhemOp 12 november 2012 werd de Nederlandse schoonmaakbranche opgeschrikt door het dodelijk ongeluk van een glazenwasser. Tijdens een vakopleiding bij het SVS-opleidingsinstituut in Arnhem viel een glazenwasser van 20 meter naar beneden. Hij overleefde het ongeval helaas niet. Inspectie SZW onderzoekt of de zeer specifieke veiligheidsvoorschriften voor glazenwassers zijn nageleefd. Jurist Hella Vercammen van The Legal Company plaatst het ongeval in een juridisch kader.

Het uiterst trieste voorval op het SVS-trainingscomplex is juridisch gezien ook een bijzondere situatie, waarbij een medewerker tijdens een training verongelukte en niet tijdens het werk. Het is duidelijk dat er vervolgens gezocht wordt naar de oorzaken van het ongeluk en dus ook naar de verantwoordelijke. Iemand zal moeten boeten voor het geleden verlies en de eventuele schade. Ook zal herhaling moeten worden voorkomen.

Aansprakelijkheid
Een ongeluk kan dus grote gevolgen hebben, hoe klein het hoekje ook was waar het ongeluk uit kwam. Soms is ook niet alles te voorkomen. In zo’n geval is het dan wel van groot belang dat men als eindverantwoordelijke op z’n minst kan aantonen er alles aan gedaan te hebben om de situatie optimaal te beveiligen en daarmee schade te voorkomen. Denk hierbij ook aan gezondheidsschade (bijvoorbeeld CANS/RSI) door langdurige blootstelling aan onveilige arbeidsomstandigheden.

Het is dus van belang om als schoonmaakbedrijf steeds het complete speelveld van veilig werken te overzien om de kans op aansprakelijkheidstelling te voorkomen of de gevolgen ervan te minimaliseren.

Juridisch kader
De zorgplicht van werkgevers in de schoonmaakbranche wordt ingekleurd door (1) de wet: artikel 7:611 BW goed werkgeverschap; (2) de wettelijke zorgplicht voor een veilige werkplek: artikel 7:658 en 658a BW; (3) de Arbowet; (4) de Cao voor Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2012-2013;  (5) de Arbo Cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2012-2015; (6) het Arbeidsomstandighedenbesluit; (7) arbocatalogi, en (8) het arboconvenant tussen OSB, FNV en CNV.

Zorgplicht
De Arbo Cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2012-2015 vermeldt nadrukkelijk, dat de zorgplicht ook geldt voor ingehuurde uitzendkrachten. De wet (artikel 7:658a BW) zegt verder met zoveel woorden dat de zorgplicht voor een veilige werkplek ook geldt voor ingeschakelde ZZP’ers. Dit laatste alleen in het geval de ZZP’er activiteiten verricht die normaal gesproken ook worden verricht door de ‘eigen’ werknemers van het bedrijf.

Belangrijk: deze zorgplicht geldt niet alleen voor medewerkers die het schoonmaakwerk op objecten uitvoeren, maar ook voor administratieve krachten op kantoor. Het begrip veiligheid en gezondheidsschade zijn namelijk brede begrippen.

Goed werkgevershap
Het juridisch kader van de zorgplicht voor werknemers in de schoonmaakbranche wordt in de eerste plaats ingevuld door een zeer algemene verplichting, voortvloeiend uit artikel 7:611 BW (zie kader). Dit is een open norm die betrekking heeft op goed werkgeverschap en wat er van een goed werkgever verwacht mag worden. Dit is inmiddels uitgewerkt in diverse rechtspraak, maar heeft voor de schoonmaakbranche geen uitdrukkelijke uitwerking gekregen in de schoonmaakcao 2012-2013, noch in de Arbo Cao 2012-2015.

Naar mijn mening zijn er wel parallellen tussen de rechtspraak en bepaalde verplichtingen uit de Arbo Cao die gaan over geen monotoon werk (werkafwisseling), arbeidstijden en rusttijden, geen arbeid boven kunnen (werkdrukmeter), voorkoming van ongewenste omgangsvormen zoals discriminatie, pesten, geweld, seksuele intimidatie, en werkoverleg en functioneringsgesprekken.

Verder kan deze open norm van goed werkgeverschap een belangrijke juridische basis zijn voor aansprakelijkheidstellingen voor onveilige situaties, waarin de schoonmaakcao 2012-2013 en de Arbo Cao 2012-2015 totaal niet voorzien heeft.

Gezondheidsschade
Een andere belangrijk gevolg van artikel 7:611 BW betreft hier de verzekeringsplicht voor de werknemer die onderweg is voor het schoonmaakbedrijf tegen gezondheidsschade. Deze zorgplicht is niet uitgewerkt in de Arbo Cao. Hieruit vloeit voort dat een werkgever zich behoort te verzekeren voor gezondheidsschades van bijvoorbeeld schoonmakers of rayonleiders die onderweg zijn voor het werk (voor verkeersongelukken als berijder en inzittende).

De af te sluiten verzekering moet een ‘behoorlijke’ verzekering zijn. Wat dat is, hangt af van de opvattingen en de verzekermogelijkheden, zoals die bestonden op het moment van afsluiting. De positie van de niet-gemotoriseerde schoonmaker of andere werknemers binnen de schoonmaakbranche (fietsers dus) moeten op dezelfde wijze worden beoordeeld als die van bestuurders. Woon-/werkverkeer behoort overigens tot de privésfeer en valt niet onder deze zorgplicht.

Wettelijke zorgplicht
Uit de wettelijke zorgplicht van artikel 7:658 BW volgt verder dat van de werkgever verwacht mag worden, dat zij er alles aan gedaan heeft wat in alle redelijkheid van haar verwacht mag worden om schade door een onveilige werkplek te voorkomen. De werkgever is anders aansprakelijk voor de schade die de werknemer lijdt door de uitoefening van zijn werk tenzij de werkgever kan aantonen, dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of de schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Roekeloosheid van de werknemer is zo afhankelijk van de feiten en omstandigheden en gedragingen van de werknemer, dat je daar vooraf niet zoveel mee kunt. Het is vooral het nakomen van zijn zorgplicht waar je als werkgever zelf mee aan de slag kan, en wel van te voren!

Acties voor werkgever
(1) De inrichting en het onderhoud van de werkplekken (kantoor en objecten) waarin de werknemer zijn arbeid moet verrichten. (2) De selectie van ‘werktuigen en de gereedschappen’, waarmee een werknemer arbeid moet verrichten. (3) De instructie die de werkgever aan de werknemer dient te geven bij het gebruik daarvan.

Voor de schoonmaakbranche zijn deze drie acties gedetailleerd uitgewerkt in de Arbo Cao 2012-2015 en in daarbij behorende documentatie. Er zijn algemene randvoorwaarden voor arbobeleid op bedrijfsniveau geformuleerd en specifieke maatregelen op bedrijfsniveau. Zo moet de werkgever zorgen voor: erkenning van het recht op een veilige arbeidsplaats; veilige arbeidsmiddelen (ergonomische schoonmaak apparatuur, veilige ladders); een RI&E per object; afspraken met opdrachtgevers over werkplekinrichting per object; veilige werkmethoden toepassen; garantie van veiligheid rond gevaarlijke stoffen; zoveel mogelijk werken met milieuvriendelijke middelen, en preventie van specifieke aandoeningen (bijvoorbeeld eczeem).

De Arbo Cao zegt over het instructie onderdeel dat de werkgever moet zorgen voor voorlichting, instructie en onderricht aan werknemers over gezond werken in het algemeen en wijzen op specifieke gevaren (door middel van protocollen, checklists en werkinstructies Zo werk je prettiger); trainingen van leidinggevenden ter preventie van onveilige situaties, ongevallen, beroepsziekten, ongewenst gedrag en behandeling van klachten van werknemers.

Richtlijnen voor werknemers
De Arbo Cao bevat in artikel 3 ook richtlijnen voor de werknemers, zodat de verantwoordelijkheid voor veiligheid op de werkplek ook een gedeelde verantwoordelijkheid wordt. Het is wel belangrijk als werkgever hiervan goed op de hoogte te zijn zodat men ook de werknemer hier duidelijk en tijdig op kan aanspreken en aan dossiervorming kan doen, indien nodig. Verder is het belangrijk om voornoemde uitgangspunten goed te verwerken in de arbeidsrechtelijke documentatie.

Hella Vercammen (hvercammen@thelegalcompany.nl) is eigenaar van The Legal Company (www.thelegalcompany.nl) en jurist gespecialiseerd in het contracten- en arbeidsrecht voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche ter voorkoming van juridische problemen. 

Delen