Vebego: “Inbesteding schoonmaak door overheid zet geen zoden aan de dijk”

november 6, 2013 in Arbeidsmarkt, Bedrijven aan het woord, Inbesteding

Tweede KamerOp 11 oktober stemde de ministerraad in met het voorstel van minister Blok om de schoonmaak van overheidsgebouwen voortaan weer in eigen beheer te doen. Door zelf schoonmakers in dienst te nemen, wil het kabinet de kwetsbare positie van mensen in de lagere loonschalen verbeteren. Niet verwonderlijk is Vebego tegen het voornemen van minister Blok. En niet alleen omdat inbesteden ons hard in de portemonnee zal raken. Want dat zal het.

Minister Blok rekent zelf uit dat inbesteding leidt tot zo’n € 64 miljoen omzetverlies voor de schoonmaakbranche en een inkrimping van het personeelsbestand met 4500 schoonmaakmedewerkers. En dit is nog exclusief het omzetverlies dat schoonmaakbedrijven (gaan) lijden door het steeds verder dalende aantal schoon te maken vierkante meters bij de rijksoverheid door het afstoten of sluiten van rijksgebouwen. Voor de Vebego-bedrijven betekenen de plannen een verlies banen.

Heft in eigen handSteph Feijen - Vebego foto Blommesteingroep
Steph Feijen van de raad van bestuur van Vebego: “Afgezien van het omzetverlies, vinden wij vooral de reden voor de inbesteding dubieus. Het is juist de schoonmaakbranche die de afgelopen jaren het heft in handen heeft genomen om de positie van de schoonmaker op de arbeidsmarkt te verbeteren. Met als uitkomst de Code Verantwoordelijk Marktgedrag en sinds vorig jaar het OSB-keurmerk. Succesvolle initiatieven die de doorgeschoten marktwerking in de branche effectief tegengaan. Of, zoals voorzitter van de codecommissie Kees Blokland het succes samenvatte: ‘Er is geen facility manager in Nederland die nog durft te kiezen voor de laagste prijs’.”

Zelfverklaring
De bedrijven van Vebego gingen zelfs nog een stapje verder met de publicatie van een zelfverklaring en lanceerden drie branchebrede initiatieven die de positie van de schoonmaakmedewerker sterk verbeteren, waaronder een online werkdrukmeter. De website publiceert op basis van de antwoorden op vijftien vragen ranglijsten van schoonmaakbedrijven en opdrachtgevers waar de werkdruk te hoog is. “Door het aan de kaak stellen van de werkdruk en het transparant maken ervan, zetten we opdrachtgevers en leveranciers ertoe aan de werkdruk in de hele branche te verminderen”, legt Nanneke Zelle, hoofd Marketing & Sales Support van Hago Nederland, uit.
Nanneke Zelle - Hago Nederland

Eigen boontjes
Dat de schoonmaakbranche haar eigen boontjes kan doppen, blijkt ook uit de oprichting van Hago Next. Vebego richtte dit schoonmaakbedrijf in 2011 op als antwoord op de verstoorde marktwerking . Het schoonmaakconcept gaat uit van de waarden en wensen van alle betrokken partijen. Het is goed voor schoonmaakmedewerkers, opdrachtgevers en eindgebruikers. Aantoonbaar. Ruim twee jaar na de opstart heeft Hago Next een miljoenenomzet met een gemiddelde klanttevredenheid van een 8,8 een medewerkerstevredenheid van een 8,6.

In 2011 prees minister Kamp de schoonmaakbranche nog voor het tot stand komen van de Code Verantwoordelijk Marktgedrag en initiatieven als Hago Next. Het kabinet promoot de code inmiddels bij andere branches als succesvol voorbeeld om de negatieve effecten van marktwerking tegen te gaan. Inmiddels hebben ook de beveiligingsbranche en de catering zich op een vergelijkbare code gestort. Ook in dit licht is het voornemen van Blok onbegrijpelijk. Het is ronduit respectloos naar de vele partijen die zich met hart en ziel hebben ingezet om te komen tot gezondere marktverhoudingen. De overheid zou zo’n antwoord van de branche op de misstanden juist moeten aanmoedigen, in plaats van de positieve ontwikkelingen te ontmoedigen door de schoonmaak nu te gaan inbesteden. Nota bene tégen de wens in van een kleinere rijksoverheid.

Meer baanzekerheid?
Met de inbesteding wil Blok medewerkers in de lage loonschalen onder meer voldoende baanzekerheid bieden. Volgens Blok wordt dat doel alleen bereikt door medewerkers in dienst van de rijksoverheid te nemen. Voor de goede orde: 86% van de medewerkers bij Vebego is in vaste dienst. Ook gaat de minister met zijn argument voorbij aan artikel 38 in de Cao van de schoonmaak- en glazenwassersbranche, dat regelt dat medewerkers die ten tijde van een contractovername op het object werkzaam zijn, verplicht overgenomen moeten worden door de nieuwe leverancier. Ook hiermee is stabiliteit en baanzekerheid voor de medewerkers geregeld. Sterker nog, ook al is er door een kleinere contractvorm op dat object geen plek meer voor die medewerkers, dan is het schoonmaakbedrijf verplicht ze naar ander werk te begeleiden.

In de schoonbranche is die baanzekerheid dus prima geregeld. Maar hoe zit dat bij inbesteding? “Daarvoor geldt de overnameplicht niet, zo blijkt. Conformeert de minister zich toch aan de overnameplicht, al is het alleen maar vanuit zijn streven de inbesteding op een zo’n sociaal verantwoorde wijze op te pakken? Minister Blok laat het open. In zijn brief naar de Tweede Kamer zegt hij na te gaan in hoeverre de schoonmakers van de huidige leveranciers over te nemen zijn. Blijken daar te veel haken en ogen aan te zitten, dan kan het zomaar zijn dat er voor elke nieuwe schoonmaker die hij in dienst neemt, er één op straat staat. Is dat sociaal?”, vraagt Feijen zich af.

Hago - Ruud DanklofBetere arbeidsomstandigheden?
Ook hoopt Blok met het in vaste dienst nemen gezondere arbeidsomstandigheden te creëren voor schoonmaakmedewerkers. Het beeld van de schoonmaker die met zijn zwabber door de gangen raast, is vooral de PvdA een doorn in het oog. Feijen: “Hoewel de overheid dit beeld niet hard kan maken, ontkennen we niet dat er nog steeds misstanden binnen de branche zijn. Maar juist de laatste jaren is er, onder meer dankzij de code en het keurmerk, en vooral door gezond verstand, een niet te ontkennen opwaartse beweging om dit soort praktijken tegen te gaan.”

Verder staat als een paal boven water dat deze arbeidsmarktproblematiek – daar waar hij nog incidenteel voorkomt  – niets te maken heeft met in- of uitbesteden, maar met het beschikbare budget. En het moet gezegd, juist de overheid schroefde de budgetten de laatste jaren keer op keer naar beneden. “De Vebego-schoonmaakbedrijven hebben meer malen niet ingeschreven op aanbestedingen van de overheid, omdat ze sec prijsgedreven waren. Hierdoor zouden wij niet langer in kunnen staan voor gezonde arbeidsomstandigheden voor onze medewerkers en de kwaliteit bij de overheid op de werkvloer. Niet voor niets bleek uit het belevingsonderzoek dat bureau IpSos Synovate begin dit jaar uitvoerde in opdracht van Vebego-dochter Hago, dat met name ambtenaren ervaren dat er te fors wordt bezuinigd op schoonmaak (www.hago.nl/belevingsonderzoek).  Dat uitgerekend diezelfde potentiële opdrachtgevers nu denken het beter te kunnen doen, is uiterst wrang”, zet Ruud Danklof, algemeen directeur van Hago Nederland, uiteen.

Arbeidsvoorwaarden goed geregeld
Nogmaals, dankzij de cao zijn de arbeidsvoorwaarden van schoonmakers binnen de branche goed geregeld. Vergeleken met andere laaggeschoolde functies ontvangen ze om te beginnen een bovengemiddeld uurloon. Niet onbelangrijk: een stuk hoger dan de loonschaal waarin de minister ze wil onderbrengen. Danklof vult aan: “Tel daarbij op het recht op een uitgebreid opleidingspakket, waaronder Nederlandse les, waarmee de branche al sinds jaar en dag een springplankfunctie vervult. Daarnaast krijgen schoonmaakmedewerkers elke vier weken keurig hun salaris betaald, dragen we premies af en bouwen pensioen op.”

Blijft de overheidsinstelling volharden in haar mening dat de arbeidsvoorwaarden van schoonmakers niet of onvoldoende zijn geborgd? Dan kunnen zij dit ook eenvoudigweg eisen in hun aanbesteding. Sterker nog, de branche zal dit alleen maar aanmoedigen. Handhaven van budgetten voor een branche die al lang de bodem van de put heeft bereikt, afspraken maken over Nederlandse taal en opleidingen, over werkdruk, enzovoort. Leveranciers zijn eerder té flexibel dan star. “Als opdrachtgever kun je het exact zo krijgen als je voorstaat. Ook kan, en dat gebeurt ook vaak, de overheid zelf een belangrijke verbinding houden met de schoonmakers. Let wel, zonder tijd en focus te verliezen aan wat voor de overheid geen kernactiviteiten zijn”, benadrukt Danklof.

Steph Feijen vult aan: “En als we voor onszelf mogen spreken: als dienstverlener pur sang is het bieden van goed en betekenisvol werk aan onze medewerkers bij ons juist onze missie en ons bestaansrecht. Als familiebedrijf zijn wij zuinig op onze medewerkers. Juist nu de maatschappij vergrijst en het opleidingsniveau stijgt, moeten we mensen verrijken in plaats van uitputten. Vebego gelooft in lange dienstverbanden als belangrijke voorwaarde voor langetermijnrelaties met klanten. Daarom besteden we veel aandacht aan de werving, selectie, begeleiding en ontwikkeling van onze medewerkers. Omdat we ervan overtuigd zijn dat een lange relatie met onze medewerkers de klant, de branche en onszelf ten goede komt. En we zijn niet het enige facilitaire dienstverlener die zo over haar medewerkers denkt.”

Goed voor groep mensenStef Blok - minister Wonen en Rijksdienst
De minister schrijft ook in zijn plannen dat hij in inbesteding als een goede mogelijkheid ziet om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt aan werk te helpen. “De cijfers weerspreken dit eveneens: overheden slagen daar tot nu toe slecht in. Afgezien van die gevallen waarin de overheid het als eis oplegt aan de leveranciers. En laten die daar nou wel goed in slagen… Veel schoonmaakbedrijven overtreffen de door de overheid opgelegde 5% social-returnnorm. Simpelweg omdat we de expertise in huis hebben, de contacten, de werkplekken én de juiste begeleiding. Het door inbesteding aan de kant schuiven van de hiermee gemoeide expertise zou er wel eens toe kunnen leiden, dat er niet méér maar juist minder mensen met een afstand aan de slag kunnen. Waarmee we, bijvoorbeeld, bij de gemeente Rotterdam maar liefst 19% social return realiseren”, rekent Hago-directeur Danklof voor.

Extra kosten
En dan nog even over de kosten. Mocht de kamer instemmen met het voorstel, dan richt de rijksoverheid een Rijks Schoonmaak Bedrijf op. Omdat de overheid slechts beperkt ervaring heeft met het uitvoeren en aansturen van schoonmaakwerkzaamheden, moet de benodigde kennis volledig opgebouwd worden. Blok schat de eerste jaren eenmalige transitiekosten van rond de € 3 miljoen per jaar. Daarbovenop verwacht hij nog extra overheadkosten. In totaal zullen door inbesteding de kosten voor schoonmaak 30-35% hoger zijn. Afgezien dat deze inbesteding haaks staat op de bezuinigingsdrift en het streven naar een compactere overheid, is het je reinste verspilling.

Schoonmaakbedrijven werken uiterst efficiënt, hebben alle kennis en kunde in huis, verbeteren continu het vak en investeren in mensen. De overheid heeft andere belangen en een andere primaire focus, die ten koste gaan van het vakmanschap van de schoonmaker. Het staat lijnrecht tegenover de ontwikkeling in het bedrijfsleven waar de ontwikkeling naar de facilitaire regieorganisatie juist de kracht van het specialisme propageert.

Nieuwe perspectieven
Feijen daagt tot slot uit: “Wil de overheid daadwerkelijk nieuwe perspectieven bieden aan laaggeschoold personeel? Dan attenderen we minister Blok graag op het vorige week door Vebego gepubliceerde onderzoek naar de invoering van het Belgische systeem van dienstencheques. Een systeem dat, zo berekende PWC, 228.000 nieuwe banen creëert voor laag- en middengeschoold personeel. Dergelijke initiatieven, en we hebben er nog veel meer in de aanbieding, zetten in onze optiek pas echt zoden aan de dijk. Hopelijk na het lezen van dit antwoord ook in uw optiek?”