Yuri Starrenburg (PSO): “Invulling social return gebeurt vaak nogal hap snap”

november 12, 2013 in Schoonmaakmarkt, Sociaal ondernemen

Vrijwel alle organisaties nemen inmiddels hun maatregelen om het milieu te ontlasten; de P van Planet wordt steeds gerichter en uitgebreider ingevuld. De resultaten hiervan zijn goed meetbaar en gemakkelijk zichtbaar te maken. Maar hoe meet je of je ook op sociaal vlak, de P van People, goed bezig bent? En hoe maak je dat zichtbaar voor anderen? De Prestatieladder Socialer Ondernemen (PSO) helpt hierbij. Yuri Starrenburg, bestuurder van stichting PSO Nederland, en Aukje Smit, onderzoeker bij TNO geven inzicht in de praktische toepassing.

PSO - Aukje Smit - Yuri Starrenburg

“Het idee is vijf jaar geleden ontstaan”, vertelt Yuri Starrenburg. “Steeds meer bedrijven hebben de intentie om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in te zetten. Ook selecteren steeds meer opdrachtgevers bij aanbestedingen op de manier waarop bedrijven hiermee omgaan. Bij overheidsinstellingen is social return een standaardvoorwaarde geworden. Dit betekent kortweg dat het bedrijf dat de opdracht krijgt ook iets terug moet doen voor de maatschappij. Jammer genoeg wordt de social return vaak nogal hap snap ingevuld, met focus op dat ene project. Ik wil dat dit structureel gebeurt. Om dit vorm te geven hebben TNO en wij van PSO Nederland elkaar opgezocht.

Socialer ondernemen
In 2011 is een projectgroep opgericht waarbij TNO, PSO, Sociale Werkplaatsen en een aantal grote werkgevers gezamenlijk hebben onderzocht hoe we de Prestatieladder Socialer Ondernemen vorm konden geven. Uitgangspunten waren dat het om duurzame oplossingen gaat die structureel bijdragen aan een meer sociale economie. Natuurlijk moest het ook een keurmerk worden waar organisatie in de praktijk mee aan het werk kunnen. Zo concreet mogelijk dus.’

“De inzetbaarheid van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is al geruime tijd een issue”, aldus Aukje Smit. “Toch zijn de problemen nog lang niet opgelost. Er staan nog veel te veel mensen aan de kant. Met de overheidsbezuinigingen moet er meer vanuit het bedrijfsleven komen. De kern van het probleem is dat werkgevers van nature de beste kandidaat willen voor een functie. Dat is volkomen begrijpelijk. Je ziet dat de mensen uit de doelgroepen waar de PSO over gaat, soms wat minder productief zijn. Er zijn subsidies die dit compenseren, maar die compensatie is vaak niet volledig. Zo hebben veel mensen extra begeleiding nodig. Je moet als organisatie verstand hebben van de begeleiding van deze mensen, je moet er affiniteit mee hebben.”

Handvatten en uithangbord
Smit vervolgt: “Gelukkig vinden steeds meer organisaties dat ze ook een maatschappelijke rol te vervullen hebben. Bij MVO denken bedrijven niet meer alleen aan het milieu, maar ook aan de mensen in hun directe omgeving. De PSO geeft hen nu niet alleen handvatten om hun sociale rol in te vullen, maar ook een uithangbord om het aan de buitenwereld te laten zien. De bewijslast is nu ook geregeld.”

“Je kunt als organisatie verschillende niveaus op de PSO halen. Aspirantstatus, trede 1, 2 en 3. Hoe hoger je komt, hoe meer mensen je uit de kaartenbak haalt. Dit kunnen mensen zijn uit verschillende doelgroepen. Niet alleen mensen met een WSW-indicatie, maar ook Wajongers, langdurig werklozen of mensen die een werkleer traject volgen. Elke groep heeft een eigen weging in de Prestatieladder. Voor elke werkgever die wil, is er dus de mogelijkheid om mee te doen. De doelgroep is heel divers”, vult Starrenburg aan.

Aantrekkelijker voor klanten
De bestuurder van stichting PSO Nederland vervolgt: “Een bijkomend voordeel is dat bedrijven die de PSO hebben, ook aantrekkelijker zijn voor hun klanten. Als je als organisatie zelf niet de mogelijkheid hebt om mensen uit de doelgroep aan te nemen, kun je dat via je onderaannemers doen. Dus als bijvoorbeeld jouw schoonmaakorganisatie PSO gecertificeerd is, kun jij via hen ook een certificaat halen. Daarnaast is het binnenkort geen verzoek meer van de overheid om aan social return te doen. Het kabinet heeft de Participatiewet in voorbereiding, waarin precies deze eis wordt gesteld 5% “mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt voor alle bedrijven. De tool om dit meetbaar te maken is er nu dus.”

Smit: “De Prestatieladder Socialer Ondernemen is in juni 2012 beschikbaar. Er zijn nu al bijna veertig organisaties met een certificering. De komende jaren zal dit snel groeien, omdat de verwachting is dat steeds meer aanbestedende diensten hierom zullen vragen en vanwege de Participatiewet die eraan komt. Er zijn al gemeenten die fictieve kortingen geven bij aanbestedingen als de opdrachtnemer PSO gecertificeerd is. Andere gemeenten geven de bedrijven uit hun stad subsidie om het certificaat te halen. De kosten voor certificering variëren naar de grootte van het bedrijf. Mkb-bedrijven kunnen al voor € 2.000 gecertificeerd worden, met een jaarbijdrage in het volgende jaar van € 250. Gemeenten doen gratis mee.”

Trend is gezet
Yuri Starrenburg tot slot: “De trend is nu echt gezet. Het belang van een goed sociaal evenwicht wordt steeds duidelijker gezien. Gemeenten vinden het belangrijk, maar het bedrijfsleven moet het uitvoeren. Daar gaan die mensen aan het werk. Het bedrijfsleven neemt haar maatschappelijke rol steeds serieuzer. Dat gaat nu verder dan ervoor zorgen dat je producten niet door kinderen in India gemaakt worden. Het gaat ook om de mensen bij jou om de hoek die een steuntje in de rug nodig hebben. Maatschappelijk verantwoord ondernemen gaat om het zoeken naar een balans tussen People, Planet en Profit. Veel bedrijven zien al in dat aandacht voor Planet automatisch leidt tot meer Profit. Dit geldt ook, en in de toekomst nog veel sterker, voor de P van People.’

Dit artikel verscheen in het MVO-jaarverslag van Asito (Ver)antwoord, editie 2012-2013.

Delen