Patrick Wiggerman (Hago): “Van groot belang om drie-eenheid in de gaten te houden.”

april 26, 2013 in Aanbesteden, Bedrijven vertellen

“Ik kom gelukkig veel bestekken waarin de code Verantwoord Marktgedrag wordt genoemd, maar ik herken dat niet altijd in de stukken”, stelt Patrick Wiggerman, directeur verkoop van Hago Nederland. Het proces van het bijeenbrengen van vraag en aanbod – aanbesteden – houdt de gemoederen al jaren bezig. Nu de nieuwe Aanbestedingswet van kracht is, zijn de ogen gericht op veranderingen. Veranderingen in positieve zin. Kansen voor mkb’ers; minder papieren rompslomp; proportionaliteit. Maar komen die veranderingen er ook? Of beter nog: zijn ze al merkbaar? Met de code Verantwoordelijk Marktgedrag en het OSB-Keurmerk in de achterzak van de schoonmaakbranche zou dat mogelijk kunnen zijn.

Patrick Wiggerman - Hago - foto Schoonmaakjournaal
Vorig jaar maart kreeg schoonmaakbedrijf Hago de aanbesteding van Nedtrain gegund. De opdracht voor de interieurreiniging van duizend treintoestellen wordt ook wel de grootste schoonmaakopdracht uit de Nederlandse geschiedenis genoemd: een 5-jarig contract met twee optiejaren en een waarde van € 138 miljoen. De spreekwoordelijke vlag ging uit bij de 70-jarige Hago, maar 2012 was ook zonder deze ‘mega-gunning’ een topjaar voor het schoonmaakbedrijf van grondlegger HArrie GOedmakers, maken we uit het gesprek met directeur verkoop Patrick Wiggerman op.

Klanten verder helpen
Zeventien jaar geleden begon Wiggerman bij Hago als projectleider en in zes stappen klom hij op tot zijn huidige functie die hij sinds begin 2012 bekleedt. “Dat ik ook op de werkvloer heb meegewerkt en rondgelopen, ervaar ik nog steeds als een voordeel. Ik kan praten over de inhoud van het vak en de uitvoering, en met de klant bekijken of het allemaal realistisch is. Zo kun je klanten verder helpen. Maar ook door nee durven te zeggen.” Wiggerman doelt daarmee op klanten die op prijsgedreven wijze schoonmaak inkopen of aanbesteden. “Er gaan aanbestedingen voor de prijs, bijvoorbeeld als de prijs 60% meeweegt en de kwaliteit 40%. Dan weet je eigenlijk vooraf al waarop gegund gaat worden. In het andere geval, dus de kwaliteit voor 60% en de prijs voor 40% mee te laten wegen, dan moeten inschrijvende schoonmaakbedrijven zich kunnen onderscheiden.” Dat onderscheid kunnen maken blijkt ‘m niet te zitten in het aanleveren van mooie teksten in antwoord op de vele vragen van de aanbestedende dienst, maar veel meer in het leveren van toegevoegde waarde van de opdrachtgever, weet Wiggerman: “Stel, in de bestekken worden open vragen gesteld wat open deuren blijken te zijn, dan kunnen we nog besluiten niet in te schrijven en de opdracht aan de klant terug te geven, omdat dan alsnog op de laagste prijs wordt gegund.”

Kwaliteitsslag
Wiggerman is verantwoordelijk voor de commerciële activiteiten van Hago en onderhoudt in die functie onder meer de contacten met intermediairs, ofwel schoonmaakmakelaars. “We doen zaken met zo’n vijftien intermediairs. Er zijn er vele tientallen; de groep intermediairs is op dit moment te groot. Dan kan niet en is geen goede zaak. Er zal een shifting plaatsvinden, een kwaliteitsslag, verwacht ik. Intermediairs die het proces van aanbesteden van beide kanten goed en kritisch durven te bekijken, blijven overeind. Uitgangspunt  zou moeten zijn dat het niet om het aanbesteden gaat, maar om de continuïteit.”

Positieve verandering
“Je ziet overigens wel een positieve verandering in het kwaliteitsbewustzijn over schoonmaak”, vervolgt Wiggerman. “Klanten realiseren zich bijvoorbeeld steeds meer dat ze aan contractmanagement moeten doen. Dus nagaan of je krijgt wat je hebt afgesproken.” De Hago-man heeft ook nog een tip: “Geef partijen de ruimte om in ieder geval de loonkosten te indexeren, dat voorkomt verhoging van de werkdruk. Ik kom gelukkig veel bestekken tegen die volgens de code zijn opgesteld, maar ik herken dat niet altijd in de stukken. Jaarlijks worden bijvoorbeeld de lonen van de schoonmakers geïndexeerd, daar is in het contract vaak geen ruimte voor. Dus dat betekent dat je drie, vier of vijf jaar, al naar gelang de duur van het contract, geen lonen zou kunnen indexeren of in ieder geval de kosten daarvan kunt doorvoeren.”

Toegevoegde waarde
De nieuwe Aanbestedingswet zet de deur open voor mkb’ers. Of dit een toename van concurrentie betekent, is een kwestie van afwachten. Wiggerman ziet meer uitdaging in het opsplitsen van een aanbestedende dienst in percelen. “Stel, je hebt dertig middelbare scholen waarvan het schoonmaakonderhoud wordt aanbesteed. Dat zou volgens de nieuwe Aanbestedingswet in percelen van bijvoorbeeld vijf scholen kunnen worden aanbesteed. Hoe kun je je dan onderscheiden als inschrijvende partij? Als over alle percelen dezelfde vragen worden gesteld, dan komt één schoonmaakbedrijf als de beste uit de bus en wint dat bedrijf alsnog alle percelen. Het is dus aan opdrachtgevers om onderscheidende vragen in de bestekken te stellen en daarmee dus verschillen in percelen aan te brengen. Dat is moeilijk, maar moet mogelijk zijn.”

Wiggerman tot slot: “Met hun specifieke kennis van het vak en de markt kunnen intermediairs een belangrijke toegevoegde waarde in het aanbestedingsproces leveren aan opdrachtgevers. Het is van groot belang om de drie-eenheid – opdrachtgevers, schoonmaakbedrijven en intermediairs – daarbij in de gaten te houden.”

Delen