Column: Nuances van een ongenuanceerde

november 2, 2017 in Blogs & vlogs

Gerard Spoor - Carling OpleidingenIk las onlangs een artikel dat kinderen op basisscholen liever de behoefte ophouden omdat de toiletten zo smerig zijn. De reacties op het artikel waren ook niet van de lucht. Onvoldoende budget, budget elders uitgegeven, slechte schoonmakers, feestje bekostigen belangrijker dan schoonmaak, en meer van deze strekking. Dan zie ik ook nog een bekende opleider vertellen, dat zijn opleiding de oplossing is. Dan gaat de werkelijkheid echt wel aan je voorbij! Nu sta ik niet echt bekend als erg genuanceerd, maar hier wil ik toch wel wat nuances aanbrengen.

Natuurlijk heeft met uit te geven euro’s te maken, maar dat probleem kennen we al 30 jaar. Wat is er dan veranderd dat het nu zo schrijnend is geworden?

Ik was laatst nog op een basisschool voor een klant, die graag advies wilde over de kwaliteit die hij maar niet kon behalen, ondanks een deugdelijke calculatie. Daarbij wel aangetekend dat er veelal nog wel op bekende normen calculeren en aanbesteed wordt op nagenoeg dezelfde bestekken als 20 jaar geleden. De schoolomgeving en de gebruikers zijn echter wel veranderd. Ik heb daar gekeken bij de schoonmaaksters tijdens de uitvoering. Wat ik daar zag was, wel zorgwekkend. Vervolgens ben ik de volgende dag gaan kijken naar het gebruik van de school. Ik zet even wat zaken op een rijtje

– Een school met 300 kinderen. ’s Morgens brengen de ouders de kinderen tot in de klas, om 12 uur komen ze de kinderen weer uit de klas halen, om 13 uur brengen ze de kinderen weer naar de klas en om 15 uur weer uit de klas. Dat heet betrokkenheid bij kind en de school realiseren, maar betekent wel dat er per dag 1200 ouders tot in de leslokalen door de school lopen. Enig idee hoeveel extra vervuiling dat met zich meebrengt?

– De schoonmaak wordt veelal na 16.00 uur uitgevoerd. Ook op deze locatie was na schoonmaak de kwaliteit echt wel acceptabel. Maar dan gaan er in de loop van de dag 300 kinderen enkele keren per dag naar het toilet. Ik meen te mogen concluderen dat er om welke reden dan ook heel slechte discipline in toiletgebruik was. Hoe er gebruikt gemaakt werd van de toiletten, was schrikbarend, alsof er geen toiletpotjes stonden, want op de vloer lag minstens net zoveel als in de potten terecht is gekomen.

– De leerkrachten gebruiken de toiletten (wastafels) in het sanitair om alle gereedschappen en hulpmiddelen van de handvaardigheid en dagelijkse afwas te doen. En ze laten het nog staan ook.

– De lokalen waren de spreekwoordelijke zwijnenstal na schooltijd. Alsof er een orkaan geraasd had en de vloer en tafeltjes waren werkelijk bezaaid met zand en afval. Waar is de tijd of discipline van netjes achterlaten van een lokaal gebleven? Zonder erg oud te willen klinken, hadden we daar voorheen prima oplossingen voor. De kinderen vonden het zelfs leuk om de juf te mogen helpen met opruimen na schooltijd. Nu zit dat niet meer in de ‘functieomschrijving’ schijnbaar.

– De toiletruimte van de leerkrachten verwacht je dan in ieder geval minder problemen. Ook daar was ik negatief verrast over hoe het aan het eind van de dag werd achtergelaten

Resumerend: om het probleem alleen af te schuiven op slechte schoonmaker of te weinig geld, is ernstig kort door de bocht. Het zit in vele factoren, die de afgelopen jaren veranderd zijn. Meer geld (ander bestek) kan een oplossing zijn, maar het is wel iets complexer. Misschien vanwege de intensiteit van gebruik extra toiletrondes … en bedenkt u ze zelf ook maar. Het is zeker niet op te lossen met een opleiding, zoals een andere opleider wil doen voorkomen in zijn uitingen.

Gerard Spoor,
directeur Carling Opleiding en voorzitter stichting LOSK

Delen