Column: Inclusie: verantwoordelijkheid en kansen voor schoonmaakbranche

september 11, 2017 in Columns en blogs

Asito - Hans van LeeuwenHoewel we recentelijk wederom de bevestiging hebben gehad, dat Nederland (na Zwitserland) op de tweede plaats is geëindigd in de ranking van Beste land in de wereld, zijn er nog voldoende uitdagingen in onze samenleving om met elkaar aan te pakken. Vanuit het perspectief van het bedrijfsleven is het maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) een belangrijk uitgangspunt om een bijdrage te kunnen leveren aan het behoud van onze aarde en de wens dat alle mensen kunnen participeren in onze economie. Vooral over dat laatste aspect, de inclusieve economie, of het inclusief ondernemen, kan de schoonmaakbranche een grote rol spelen om ervoor te zorgen dat iedereen die dit wil kan participeren in de Nederlandse arbeidsmarkt.

OSB heeft dit ook in haar visie staan: ze wil voor veel mensen de toegangspoort zijn tot de arbeidsmarkt. Onze branche is bij uitstek geschikt om deze belangrijke rol in onze samenleving te vervullen. En niet alleen omdat het werk zich ertoe leent, maar vooral ook omdat onze leidinggevenden steeds meer in staat zijn de zo gewenste begeleiding te geven. Zoals ook andere schoonmaakbedrijven is Asito zeer actief in het bieden van mogelijkheden om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt hun eerste (herin)treden op de arbeidsmarkt te zetten. Inmiddels zijn dat behoorlijk grote aantallen geworden. Zo waren in het tweede kwartaal van dit jaar meer dan 1000 mensen uit de doelgroepen, zoals omschreven in het meetinstrument de Prestatieladder Socialer Ondernemen, bij Asito werkzaam. Dit is alleen maar mogelijk als er draagvlak is in je gehele organisatie, zowel bij schoonmaakkrachten als bij leidinggevenden. Vooral deze laatste groep moet de motivatie en de skills hebben om de begeleiding op de juiste wijze vorm te geven. Binnen Asito zien we dat deze waardevolle competentie steeds meer voorkomt, hetgeen (als bijeffect) de kwaliteit van het leidinggeven in zijn algemeenheid ten goede komt.

Met een branchevereniging die wil, bedrijven die dit omarmen, en leidinggevenden en collega’s die dit een steeds belangrijker onderdeel van hun taak zijn gaan vinden, is de schoonmaakbranche bij uitstek geschikt om voor veel mensen de opstap te zijn naar een actieve rol op de arbeidsmarkt. Maar hiermee zijn we er nog niet. Het werken in de schoonmaak is een opstap, maar moet niet het eindpunt zijn voor medewerkers uit de doelgroep. Als branche, in samenwerking met onze opdrachtgevers en andere werkgevers, dienen we ervoor te zorgen dat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, die via de schoonmaak weer actief worden, zich verder (kunnen) ontwikkelen. Niet alleen onze krapper wordende arbeidsmarkt heeft daar behoefte aan, maar de mensen zelf ook. Als je eenmaal werkt, dan wil je dat je talenten optimaal tot hun recht komen.

Het is dá­t ontwikkeltraject dat onze volgende uitdaging wordt. Inmiddels hebben we als branche al forse stappen gezet als het gaat om de beeldvorming van het werken in de schoonmaak en de branche, maar we zijn er nog lang niet. Het bieden van mogelijkheden voor mensen die ‘aan de kant staan’ en het verder doorontwikkelen van deze mensen gaat ons een stapje verder brengen. Als dit doorontwikkelen van kwetsbare mensen op de arbeidsmarkt door de politiek op de juiste wijze wordt gewaardeerd en gestimuleerd, zal een belangrijk deel van het zogenaamde onbenutte potentieel op de arbeidsmarkt kunnen worden geactiveerd. Dit zou betekenen dat een van de hardnekkigste uitdagingen in onze samenleving op een effectieve wijze zal worden aangepakt.

Hiermee komen we als Nederland nog dichter in de buurt van Zwitserland. Of wellicht is het, om in wielertermen te blijven: erop en erover .

Hans van Leeuwen,
HR-directeur Asito

Delen