Stakingsrechter in Brussel roept prijsontduiking halt toe

april 18, 2018 in België

De stakingsrechter te Brussel heeft een verregaand verbod tot deelname aan overheidsopdrachten door het Waalse sociale economiebedrijf Village N°1 opgelegd. Met name heeft de rechter geoordeeld dat dit bedrijf abnormaal lage prijzen heeft geboden op basis van illegale loonsubsidies. Het vonnis is bijgevolg van groot belang voor alle overheidsopdrachten waaraan Waalse sociale economiebedrijven deelnemen.

Dit meldt de Algemene Belgische SchoonmaakUnie, vereniging van alle professionele bedrijven in de schoonmaak- en ontsmettingssector, de zware industriële schoonmaak, de afval- en schoorsteenveegbranche.

Abnormaal lage prijzen
In een eerste onderdeel heeft de rechter in wezen geoordeeld dat Village N°1 bij verscheidene overheidsopdrachten abnormaal lage prijzen heeft gebruikt, zonder dat zij daartoe een afdoende en aanvaardbare rechtvaardiging heeft opgegeven, noch voor wat haar eenheidsprijs, noch voor wat haar globale prijs betreft. Village N°1 mag bijgevolg niet meer deelnemen aan overheidsopdrachten indien zij nog dergelijke ongerechtvaardigde abnormale prijzen indient.

Strijdig met Europees recht
In een tweede onderdeel zijn de loonsubsidies van de Waalse overheid, die door Village N°1 werden ingeroepen als rechtvaardigheidsgrond voor haar lage uurtarief, strijdig met het Europees recht bevonden. Zolang de loonsubsidies niet zijn aangemeld bij én goedgekeurd door de Europese Commissie, mag Village n°1 deze rechtvaardigingsgrond niet meer inroepen wanneer zij deelneemt aan een overheidsopdracht.

Dit oordeel van de rechter is van het grootste belang, omdat het in feite alle sociale economie bedrijven treft die Waalse loonsubsidies ontvangen.

Stopzetting overheidsopdrachten
In een derde onderdeel heeft de rechter zich in concreto uitgesproken over twee nog lopende overheidsopdrachten, en heeft hij gelet op de vastgestelde abnormale prijzen in de offertes van Village N°1 bevolen dat Village N°1 die opdrachten moet stopzetten binnen 3 maanden na betekening van het vonnis.

Deze drie onderdelen zijn telkens bevolen op straffe van een dwangsom. Het vonnis is zoals alle vonnissen vatbaar voor hoger beroep

Delen