Mkb’ers en scholenschoonmaak: er is hoop

september 1, 2014 in Bedrijven vertellen

Edgar van Engelen - Clear4CleanHeel veel schoonmaakbedrijven zijn vanuit de schoolbanken ontstaan: mama maakte op woensdag- en vrijdagmiddag de klaslokalen van de peuter- en basisklassen schoon. Vaak gingen kinderen met mama mee, die zo het schoonmaken met de spreekwoordelijke paplepel ingegoten kregen. Daarmee is de basis voor menig schoonmaakbedrijf gelegd en voor de tweede generatie, die nu aan het roer van het bedrijf staan. Maar zij zien weinig scholen in hun hedendaagse klantenbestand terug. Klustering van scholen in gemeentelijke stichtingen en de Europese Aanbestedingswet zorgden namelijk voor een ommezwaai: scholenschoonmaak lijkt niet langer voor mkb’ers weggelegd. Of toch wel? Ja zeker, volgens facilitair adviseurs Edgar van Engelen en Pieter van Leijen.

“De aanbesteding van het Dalton Lyceum in Dordrecht is onlangs gegund aan Schoonmaakbedrijf Ooijen uit Dordrecht en Mako Cleaning uit Oud-Beijerland. Dus aan twee lokale mkb-spelers”, geeft   Edgar van Engelen van Clear4Clean direct als voorbeeld. Clear4Clean uit Dordrecht is geen adviesbureau, maar een schoonmaakondersteuner. De oplossing voor een schoonmaakvraagstuk komt uit de praktijk en niet vanuit de theorie. Vanuit die 20-jarige praktijk is Van Engelen regelmatig nauw betrokken bij aanbestedingen. “De aanbesteding voor het dagelijks en periodiek schoonmaakonderhoud en de glasbewassing van het Dalton Lyceum was in twee percelen opgedeeld: de Kapteynweg en de Overkampweg. Beide locaties zijn ruim 7000 m2 groot. Ooijen maakte er reeds schoon, en het Dordtse bedrijf kreeg opnieuw een perceel gegund. Overigens is Dalton vanwege einde contractperiode opnieuw aanbesteed via Benefit Inkoopadviesgroep.”

Opnieuw naar de vervuiler
Maar het kan ook anders: een scholengroep wordt tussentijds opnieuw aanbesteed, omdat de kwaliteit van het schoonmaakonderhoud te wensen overlaat. Kort gezegd: de school is sterk vervuild. Iedereen ontevreden: schooldirectie en -bestuur, docenten, leerlingen en hun ouders, maar ook de adviserende partij die de aanbesteding begeleidde. Tijdelijk komt er een ander schoonmaakbedrijf en het traject van aanbesteden wordt opnieuw ingezet.Toch gebeurt het dat bij de nieuwe aanbesteding opnieuw aan hetzelfde schoonmaakbedrijf wordt gegund. Dus aan die partij, waarover men zo ontevreden was. Hoe kan dat? Van Engelen: “Je kunt dat niet voorkomen, want je kunt geen partij of partijen uitsluiten voor inschrijving en dus voor gunning.”

Tevredenheid rode draadRoel Vlootman en Pieter van Leijen
Dit blijkt geen incident te zijn. Daarentegen is tevredenheid wel de rode draad in het aanbesteden van scholenschoonmaak. Pieter van Leijen, directeur-eigenaar van ICCA Makelaardij in Schoonmaakdienstverlening uit Amsterdam: “Als scholen de ommezwaai moeten maken naar een Europees aanbesteding, heeft menig schooldirectie moeite om de samenwerking te beëindigen met zijn huidige leverancier. Immers, men is vaak uiterst tevreden over het schoonmaakonderhoud. Je kunt dat oplossen door bijvoorbeeld een verplichte onderaanneming door een lokaal schoonmaakbedrijf in de aanbesteding op te nemen, maar ook door een budget voor het schoonmaakonderhoud vast te stellen. Dan is de prijs niet van belang, maar een gegeven, en kunnen partijen zich focussen op kwaliteit. Het mes snijdt dan aan twee kanten. Je creëert een echte win-winsituatie.”

Programmaverantwoordelijheid
ICCA Advies is sinds 1997 een makelaardij in schoonmaakdienstverlening.  Een adviesbureau met presentatie, kennis, correctheid van aangeleverde gegevens, duidelijkheid en integriteit als beleid. Over het budget van scholen zegt Van Leijen: “Op 1 oktober is de peildatum voor het bekostigingsstelsel van het primair onderwijs. Stel de opdrachtgever voor om  5% aan het bedrag voor schoonmaakonderhoud toe te voegen.” Blijkt het schoonmaakbudget te krap, dan biedt dit advies van Van Leijen wellicht soelaas: “Maak het schoonmaakbedrijf mede verantwoordelijk voor het uit te voeren programma en geef ze de mogelijkheid om daarvan af te wijken. Uiteraard met handhaving van kwaliteit. Dan kan bijvoorbeeld de directeur van een onderwijslocatie – in overleg met de leverancier – een wijziging van minder essentiële schoonmaakhandelingen doorvoeren en de  vrijgekomen tijd extra aandacht te besteden aan bijvoorbeeld de sanitaire ruimten.

Betrokkenheid bedrijven
Grofweg 80% van de scholenschoonmaakmarkt is in handen van de top 20. Meer mkb’ers en hogere tevredenheid onder de schoolbesturen en –directies over de schoonmaak, het zijn kwesties die blijven prikkelen. “Je moet een onderwijslocatie als schoonmaakbedrijf aan kunnen.  Dat is belangrijk. Anderzijds zijn veel scholen niet tevreden zoals het nu loopt, waarbij veel grote partijen de scholenschoonmaak verzorgen”, concludeert Van Engelen. Van Leijen vult aan: “Door schoonmaakbedrijven aan te geven dat communicatie met een schooldirectie soms belangrijker is dan het uitvoeren van het schoonmaakproces, krijg je meer begrip en betrokkenheid tussen beide partijen.” Van Leijen tot slot: “Met een goede vraagstelling bij inschrijving kun je veel sturen. Bijvoorbeeld: hoe bewaakt een schoonmaakbedrijf de kwaliteit van het uit te voeren onderhoud? Keurmerken, NEN en ISO-certificeringen zeggen op zich niets, wel dat een mkb’er op het voetbalveld geen gezeur van de schooldirectie wil horen en dus z’n uiterste best doet om kwalitatief goed schoonmaakwerk af te leveren. Heb het lef eens om dat te antwoorden op de vraag: hoe bewaakt u de kwaliteit van de schoonmaak op onze school.”

Delen